Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den eenen kant, en invullingen als:

90 stv. = . . . . dubb.,

72 kwartjes = . . . . guld.,

65 halve gld. = . . . . dubb., enz.,

mogen in dit leerjaar niet ontbreken, evenmin als opgaven omtrent de tijdrekening. Deze laatste dienen echter alleen, om de leerlingen vertrouwd te maken met de gebruikelijke tijdsindeeling: het behandelen dier tijdsindeeling is de taak van het aanschouwings- of zaakonder wijs. Gelijk van zelf spreekt hebben ze echter verband te houden met de aangeleerde rekenbewerkingen.

Daarom worden na de optelling en de aftrekking vragen beantwoord als: Welke datum is het, n dagen (weken) na (voor) zekeren datum? Welke dag der week is het, n dagen (weken) na (voor) zekeren dag? Op welken dag der week valt een gegeven datum, als een andere gegeven vroegeren (lateren) datum op een gegeven dag valt? ')

Na de vermenigvuldiging en deeling worden tijden, in zekere eenheden uitgedrukt, tot andere eenheden herleid (weken tot dagen, jaren tot maanden, maanden tot dagen o. a.), een en ander natuurlijk in verband met de grootte van den getallen-kring in dit leerjaar.

Aan het einde van dit leerjaar worden de hoofdbewerkingen met tijdseenheden verricht, door b.v. de som te bepalen van n weken, m dagen en p weken, q dagen, enz. Deze opgaven kunnen pas aan het einde van dit leerjaar als herhalingsoefeningen gegeven worden èn omdat de eenheden hier in andere dan tiendeelige verhouding staan, èn

!) Deze vragen zyn zeer interessant te maken, door uit te gaan van de verjaardagen der leerlingen.

Sluiten