Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„cijfervorm" behandeld wordt, integendeel,, hetzelfde beginsel als in het tweede leerjaar (aansluiting van het cijferen bij het hoofdrekenen) wordt toegepast; alleen is, met het oog op het karakter van het rekenonderwijs in dit leerjaar, die aansluiting iets losser. Bij de optelling worden dan ook (als inleiding) enkele optellingen op allerlei manieren behandeld ; 96 + 67 én als 100 — 4 — 67 (= 167 — 4= 163) èn als 90 + 60 + 6 + 7; 123 + 298 èn als 123 + 300 — 2 (= 423 — 2 = 421) èn als 123 + 200 + 90 + 8 èn als 100 + 200 + 20 + 90 + 3 + 8, enz. . . ., terwijl al vrij spoedig de leerlingen er op gewezen worden (ze hebben het ruimschoots ervaren), dat dit zoeken toch maar ^lastig is. Daarom wordt herinnerd aan de vroeger gemaakte afspraak bij het optellen (onder elkander plaatsen der getallen, optellen eerst der eenen, dan der tienen), waarna de genoemde gevallen geheel met het oog op het cijferen behandeld worden. Deze wijziging in de aansluiting is noodig, omdat het practische leven nu eenmaal vaardigheid in het verrichten der hoofdbewerkingen eischt, terwijl die vaardigheid nooit verkregen wordt, als bij elk voorkomend geval van optelling de leerlingen uit de aantallen den weg hebben te bepalen, als bij hoofdrekenen het geval is ').

III. Aftrekking van getallen < 1000.

De moeilijkheden zijn hier, als bij de optelling, allereerst gelegen in het feit, dat er gerekend wordt met ge-

i) Op deze wjjze worden de geleerde bekortingen dus weer onder de aandacht gebracht en herhaald.

Sluiten