Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tiendeelige getallen behandeld worden (de vermenigvuldiging en de deeling niet volledig), en dan nog slechts met die eenheden, welker onderdeelen en veelvouden afzonderlyke namen dragen. De geleerde schrijfwijze verkrijgt dan ook eerst algemeene geldigheid, wanneer de tiendeelige getallen als breuken opgevat worden; zoolang dit niet geschied is, geldt de schrijfwijze 0,6 slechts voor die eenheden, welker tiendedeelen een afzonderlijken naam dragen, niet voor alle eenheden en krijgt ze dus eenigszins het karakter eener „aardigheid". Nu moge het waar zijn, dat zoodanige behandeling der tiendeelige getallen zich direct aansluit bij de telling der geheele getallen, zooals zij in dit leerjaar behandeld is, daar tegenover staat, dat deze aansluiting slechts tot een gedeeltelijke kennismaking met de tiendeelige getallen kan voeren, een kennismaking, die pas volledig wordt, als ook de gewone breuken behandeld zijn, terwijl die kennismaking in eens volledig kan zijn, bij voorafgaande behandeling der gewone breuken. Logisch is het daarom, te beginnen met de gewone breuken, waardoor trouwens de straks genoemde voordeelen even goed verkregen worden (alleen iets later, bij de behandeling der tiendeelige breuken), terwijl door dezen voorrang verkregen wordt, dat de bewerkingen, geleerd bij de gewone breuken, bij de tiendeelige breuken herhaald worden, zonder dat de leerlingen dit als herhaling voelen. Door den voorrang der gewone breuken eindelijk sluit het onderwijs nauwer aan bij de ervaring der leerlingen dan in het tegengestelde geval; ieder weet, ook zonder onderwijs in de breukenleer, wat J vel papier of £ K.G., maar niet, wat 0,16666 . . . vel papier of 0,25 K.G. beteekent, geheel in overeenstemming niet het feit, dat de gewone breuken

Sluiten