Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samen), ja, een enkele vluggerd formuleert hem wel, maar het is niet wenschelijk, hem ter toepassing te laten formuleeren en onthouden, omdat dan het gevaar dreigt, dat de leerling later, weet hy toevallig den regel niet, niet weet, hoe te handelen; het is beter, hem aan de genoemde correctie te gewennen.

IV. Deeling.

Bij de deeling van breuken is het allereerst de vraag, of de regel van bewerking (het quotiënt van twee breuken = het product van deeltal en omgekeerde van den deeler) gekend moet worden. Deze nu geeft het voordeel, dat de leerlingen het quotiënt van twee breuken snel kunnen bepalen, maar, wijl de leerlingen in het leven dien regel niet vaak behoeven toe te passen (deeling van gewone breuken komt wel voor, maar is toch geen dagelijksch werk) dreigt het gevaar, dat ze hem vergeten, en dan staan ze, moeten twee breuken op elkaar gedeeld worden, geheel machteloos, of wel, weten niet, welke breuk ze moeten omkeeren. Voor leerlingen, die geen voortgezet onderwijs ontvangen, voor de leerlingen der gewone lagere school alzoo, is het derhalve gewenscht, de deeling zonder vermenigvuldiging, d. w. z. door de breuken gelijknamig te maken, te leeren verrichten. Deze zullen ze, worden ze later voor het geval geplaatst, dat ze breuken moeten deelen, wel terugvinden, die door vermenigvuldigen met het omgekeerde echter niet, wijl die te kunstmatig is. ton tweede vraag is weer, of bij de deeling van gewone breuken de verhoudingsdeeling en de verdeelingsdeeling als twee verschillende bewerkingen moeten aangeleerd worden, dan wel, of ook hier de verdeelingsdeeling dadelijk inge-

Sluiten