Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deeling, dan wordt de gestelde vraag door een mondelinge redeneering, als bij de gewone breuken, tot de gewone deeling teruggebracht. Nog zij opgemerkt, dat allereerst opgaande deelingen aan de orde komen, later nietopgaande; bij de laatste moeten de leerlingen er aan gewend raken, de deeling tot zekeren graad van nauwkeurigheid te verrichten.

Met het oog op het praetisch rekenen is het wel wenschelijk, dat de leerlingen gewone breuken tot tiendeelige kunnen herleiden , waarbij de volgende gevallen te onderscheiden zijn.

1. Herleiding van breuken als \J (de noemer

een deeler van 10, 100, 1000, enz.) en wel eerst door herleiding van den noemer tot tienden (honderdsten, enz.), dan ook door deeling (het laatste door te herinneren aan de beteekenis van ] als het vierde deel van 1).

2. Herleiding van breuken als |, f (de noemer

als boven, de teller willekeurig), weer op beide manieren.

3. Herleiding van breuken als ^^.... (de noemer relatiefpriem met 10) en wel eerst door vermenigvuldiging (geen getal te vinden), dan door deeling (de deeling gaat niet op), terwijl eindelijk het verschijnsel „verklaard" wordt, door op te merken, dat 10, 100, 1000 enz. slechts factoren 2 en 5 bevatten.

4. Herleiding van breuken als §, l, § (de noemer als boven, de teller willekeurig).

5. Herleiding van breuken als ^ , -fa, TV. • • • • (^e noemer bevat ook andere factoren dan 2 en 5).

6. Herleiding van breuken als £, fa, yj (de

noemer als boven, de teller willekeurig).

Het omgekeerde dezer herleiding behoeft geen afzonderlijke behandeling; de leerlingen toch vatten 0,625 dadelijk

Sluiten