Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat een vergelijking van het leerplan met den inhoud van een theorie der rekenkunde duidelijk toont; het behoeft dus niet te verwonderen, dat het rekenen steeds in eere stond en waarschijnlijk ook in eere blijven zal.

§ 24. Om na te gaan, of en in hoeverre de gekozen rekenkundige leerstof ook dienstbaar is aan de „ontwikkeling van de verstandelijke vermogens der leerlingen is allereerst vast te stellen, wat deze uitdrukking inhoudt. Ze is slechts (dit sta voorop) een figuurlijke uitdrukking voor het verschijnsel, dat een leerling door het onderwijs beter en nauwkeuriger waarneemt, zich iets voorstelt, zich iets verbeeldt, iets onthoudt, enz., zoodat het (afgezien van een uitvoerige verklaring van dit verschijnsel) de vraag is, of rekenonderwijs tot dit resultaat bijdraagt, een resultaat, dat, aan de hand van Paulsen, omschreven kan worden als „met lust opmerken en oplossen van problemen". Het opmerken van problemen nu heeft allereerst een materieelen grondslag; voor wie geen natuurkundige kennis heeft, blijft de gierpont een interessant spelletje, meer niet, terwijl hij, die de etymologie niet beoefende, niet vermoedt, welk een probleem de vorming van het woord barmhartig inhoudt, enz. Met rekenkundige problemen nu is het niet anders; ze worden slechts opgemerkt bij het bezit van de noodige rekenkundige begrippen. Slechts hij, die b.v. de begrippen percent en rente heeft, kan vermoeden, welke rekenkundige vragen het bijschrijven der rente in zijn spaarbankboekje inhoudt, terwijl alleen hij, die tevens de menging-rekening kent, zich kan afvragen, welke rekenkundige problemen in de uitdrukking: „gemiddeld 5 V' liggen, enz. liet rekenonderwijs stelt alzoo den leerling zeer zeker in staat, rekenkundige problemen op te merken, die

q*

Sluiten