Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laugeraad, verdedigde de belangrijkheid en waarheid van het bericht van Schoockius betreffende den oorsprong der Confessie. In dat bericht is tweeërlei te onderscheiden. Vooreerst de bestanddeelen, aan het verhaal van Thysius ontleend, die inderdaad geen vertrouwen verdienen. En ten andere de overigen, ontleend aan anecdota, die wij in het oorspronkelijke niet bezitten. De laatsten worden in menig opzicht van elders bevestigd.

Dit laatste staaft professor Fruin met enkele voorbeelden. Yolgens Schoockius gaven de theologen van Genève den raad, om in plaats van een eigen fransche Confessie, liever de parijssche met de broederen van Frankrijk gezamenlijk aan te nemen. Dit nu wordt zijdelings bewaarheid door een brief van Beza, waaruit Dr. van Langeraad de belangrijkste woorden weglietx).

„Quant a moy je n'y ay poinct voulu mettre la main, pour ce que la multitude de tant de confessions me déplayt. S'on en veult choysir entre les anziennes et celle des églises Frangoises est suspecte au tiltre, je n'en sgache poinct de plus nette, que celle qui fust presentée a 1'Empereur durant des dernières troubles".

Door Beza en de zijnen, aldus vervolgt Fruin, werd dus de parijssche Confessie aanbevolen. Door de Nederlanders werd zij echter, wijl ze uit Frankrijk afkomstig en als zoodanig bij hun landgenooten niet gewild was, afgewezen. Beza deed daarom een duitsche aan de hand, altijd afkeerig van het vermeerderen van het zijns inziens reeds te groote aantal van geloofsbelijdenissen.

Tot zoover onze beroemde historicus. Op zijn gezag mogen wij althans de niet Thysiaanache bestanddeelen

1) a. w., bla, 127.

Sluiten