Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoon Gods, de Drieëenheid, de openbare belijdenis, de ambten van de dienaren des Woords, „des Sweerts" [de ouderlingen], en der tafelen, en hij eindigt met een herhaling van al het verhandelde. Hoezeer verschilt dit alles van den logischen, keurigen gedachtengang, van de betrekkelijke volledigheid, en van den theologischen aanvang en het aangrijpend slot over het eeuwig oordeel, gelijk Guido de Bres ons in zijn confessie geeft.

Slotsom van ons onderzoek betreffende het eilandenrijk is dus. dat de Brés bij het vervaardigen zijner 37 artikelen niet het minste gebruik heeft gemaakt van de londensche belijdenis. Iets wat niemand bevreemde. Zelfs al heeft hij haar in 1551 gekend, dan moeten zijn tien volgende drukke levensjaren haar heugenis bijkans hebben weggevaagd. Wie zal zeggen, of de Bres later een exemplaar van a Lasco's opstel in eigendom bazat? En wie vermoedt niet, dat meer dan de erasmiaansch-zwingliaansche richting van a Lasco de zuiver calvinistische geest der fransche kerken onzen kruisprediker aantrok ?

In de zestiende eeuw heeft het gereformeerde Zwitserland een sterken invloed op zijn geestverwanten in Frankrijk, en hebben Zwitserland en Frankrijk beslissenden invloed op onze proteatantsche vaderen geoefend. De Brés' geloofsbeljjdenis neemt soms letterlijk de woorden der fransche confessie over. Bezien we deze aantrekkelijke broederschap van meer nabij ]).

1) Tot het beschrijven van de zwitsersche en fransche confessies heb ik bijna uitsluitend gebruik gemaakt van twee fundamenteel werken. Vooreerst het Corpus reformatorum, volumen XXXVII.

Sluiten