Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen waren elders de academie-belijdenissen minder omlijnd van begrip, meer zwevend van inhoud. Te Lausanne, Bazel en Straatsburg werd destijds niets dan een staatkundig-kerkelijk reformatie-edict ter onderteekening den academieburgers voorgelegd. Ook verdient het opmerking, dat ten jare 1559 geen enkele belijdenis te Genève openbaar gezag bezat. Die van Farel, eenmaal door het volk plechtig bezworen, was sinds de troebelen van voor 20 jaar in onbruik geraakt. De tweede catechismus van Calvijn, in 'tjaar 1541 uitgegeven, was de eenige regel van geloof en onderwijs geworden. De academie-belijdenis werd om zoo te zeggen zijn verkorte uitgaaf. Haar aanhef luidt dan ook: „Ik betuig te omhelzen en te willen onderhouden de leer des geloofs, gelijk die vervat is in den catechismus van deze kerk", enz.

De belijdenis der studeerenden werd door alle kerken, vooral van Zwitserland, vlijtig onderzocht en beoordeeld. "Want men wilde niet, dat de talrjjke jongelieden, die de beroemde hoogeschool van Genève bezochten, in hun consciëntiën met vreemde gevoelens bezwaard werden. Zoo kwam het, dat sommige uitdrukkingen aan die van Ziirich aanstoot gaven. Bullinger, het hoofd der züricher godgeleerden, schreef 29 October 1559 aan Calvjjn !): „Gij hebt dit jaar te Genèvo in uw academische wetten een belijdenis uitgegeven, waarin gij meer schijnt over te hellen tot het gevoelen der lichamelijke tegenwoordigheid onzes Heeren bij de avond-

1) Edidistis hoe anno Genevne confessionem in legibus academici» vestris quibus videmini plus inclinare in Bubstantialem Confessionis Augustanao coenam quam in conBonsionem nostram. Archiv. Turic. Pint VI. tom. 129 fol. 371.

Sluiten