is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De confessio Gallicana, meestal de Rupellana geheeten, de fransche belijdenis van 1559, behandelen wij ten slotte. Zij is voor ons doel van het meeste gewicht. Gelukkig, dat wij over haar oorsprong en geschiedenis beter ingelicht zijn dan over die der overige belijdenisschriften x).

De gereformeerde gemeenten van Frankrijk stonden de eerste 30 jaren der reformatie in een zeer los verband. Een openbare geloofsbelijdenis ontbrak. Hoogstens hielden zij zich aan de „Sommaire" van Robert Estienne en dergelijke samenvattingen der bijbelsche leer, gelijk zij sedert 1532 vooraan in bijbels gedrukt werden -). De fransche belijdenis kwam dus werkelijk in een behoefte voorzien.

Het oudste getuigenis over haar komt voor in een brief van 29 October 1559, door Jacobus Calonius Portanus aan Mordisius den kanselier van Saksen geschreven Portanus schrijft onder meer: „Wij meen-

1) Ze komt zoowel in het Corpus reformatorum als bij Müller voor.

2) Socióté de l'histoire du protestantisme francais, Bulletin. Paris 1894, p. 57 etc., 449 etc.

3) v. Huberti Langueti Epp. Lib. II, ep. 2, pag. 4 seqq. Henrici regis interitu impioruni putabamus repressos esse conatus, futurumque ut piis aliquantum daretur otii. Factum est tarnen artibus Cardinalis Lotharingii ut non libertas acquisita sed mutatum libertatem opprimontis nomen esse videatur. Saevitur enim eo impulsore multo quam antea gravius in viros bonos, et ea excogitantur supplicia quae nisi pietatem funditus tollere conantibug in montem veniro possunt nomini. At piorum idcirco ne minimum quidem debilitatur constantia: quin otium quibus possunt modis sese adversus crudelitatem muniunt hominis perditissimi, iustitia nimirum, pietate et tolerantia malorum, dantquo