Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een generaele last van allen zy gegeeven .... de Be-

lydenisse is by weinigen gestel t, buiten^ eenig

Synodael autentycq besluit, daer yan men weet .

Uytenbogaert, in zijn ijver om de Remonstranten te verdedigen en het gezag der geloofsbelijdenis te verkleinen, stelt aldus schrijvende een onredelijken eisch. Hoe! een synode ten jare 1561 had de confessie moeten opstellen en uitgeven! Was zoo iets in dien tijd mogelijk? De weinige leeraren die er waren, moesten zich zóó schuil houden, dat zij vaak hun namen veranderden, en zelfs velen hunner gemeenteleden hen bij naam niet kenden. Want verraad van valsche of zwakke broeders loerde overal. Antwerpen, als de volkrijksto stad, kon tot het houden eener synode het meest in aanmerking komen. Doch sedert 1559 had men aldaar 300 gulden beloofd aan dengene, die een predikant overleverde, en van 1558 tot'62 stierven er vele Gereformeerden den marteldood. Inderdaad, het kan niet verwonderen, dat ten jare 1561, zooveel wij weten, nog geen synode samenkwam. Doch eere, hooge eere 'den geloofshelden, die reeds in 1563 synodaliter dorsten to vergaderen. Hun aller namen staan niet vermeld. Hun daden stempelt reeds het Damocles-zwaard, dat boven hun hoofd zweefde, tot heldendaden des Geestes.

Toch tasten wij niet geheel in het duister. Karei V had 25 September 1550 uit Augsburg het wreed edict doen uitgaan om alle ketteren te extirpeeren, uit te roeien i-'). Zijn zoon Filips had dat vreeseljjk edict hernieuwd, en na den vrede met Frankrijk (1559) heviger dan ooit uitgevoerd. De hervormde Walen werden bovendien door velen hunner stijfroomschgezinde landgenooten gehaat en verdrukt. Geen wonder, dat velen

Sluiten