Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de Fransche Conressie te denken hebben". Nog in 1566 kende men naar het schijnt geen andere officiëele belijdenisschriften dan de Confessie van Augsburg en „1'ordre qui se tient en Fiance" (van Langeraad, Guido de Bray, blz. 138 aant.).

De groote historicus „vermoedt" dus, dat de door ons besproken notulenplaats de fransche belijdenis betreft. Vooreerst wijl die notulen, hier en elders, de fransche kerkenorde letterlijk overnemen. Doch met alle bescheidenheid zij hier tegenover den grootmeester der geschiedvorsching herinnerd aan het woord: „Wanneer twee hetzelfde doen, is het daarom nog niet hetzelfde Stellen wo ons tijd en toestand voor. Eenige ongeletterde, of in het gunstigste geval, als bij de Bres, op rijper leeftijd onderwezen lieden, bevinden zich als predikers aan het hoofd der reformatorische beweging in België. In het naburige Frankrijk staan door Calvijn zeiven onderwezen leidslieden aan de spits, die ook over de grenzen vertrouwen wekken. Zij trekken grondlijnen der kerkregeering, die in België door minder geoefenden worden gecopiëerd. Geheele artikelen der fransche kerkenorde worden soms letterlijk overgenomen. Vrage, zijn nu in die waalsche notulen fransche, of zjjn waalsche personen en zaken bedoeld P Ik voor mij acht, dat, in fransche bewoordingen, van waalsche ouderlingen en diakenen bepaald wordt, dat zij „zullen onderteekenen de [waalsche] belijdenis des geloofs, die onder ons [Walen] is vastgesteld".

Want een Waal, de Brés, had reods in 1559 eenige geloofsartikelen in het fransch opgesteld, had ze, op aandrang van Calvijn die overeenstemming met de fransche belijdenis wilde, twee jaren teruggehouden, had

Sluiten