Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brief heet het iets vroeger: „Vervroeg de Synode, en dat de Confossie zooveel mogelijk worde pasklaar gemaakt voor een gunstig onthaal op de samenkomst' [te St.-Trugen] lr>). „De Hames kende alzoo den 12'ien Juli nog geen door een synode gesanctioneerde Confession de Foy", concludeert Dr. van Langeraad ïfi). Ik voor mij zou liever zeggen, de Hames gaf den verleid elij ken raad, om politieke redenen, het Calvinisme voor het Lutheranisme uit te ruilen, of althans met een lutliersche confessie ter vergadering te St.-Truijen te verschijnen. Een gesanctioneerde of niet gesanctineerde gereformeerde belijdenis moest eenvoudig worden verloochend. Maar geenszins blijkt, dat men, naar professor Kleijn wilde, haar zelfs niet kende. Integendeel, de bestaande gereformeerde belijdenis moest, volgens de staatkundigen dier dagen, in lutherschen geest worden herzien.

De tweede concurrent der confessie van do Brés is „1'ordre qui se tient en France", de fransclie belijdenis. Dr. van Langeraad haalt een brief aan, waaruit blijkt dat gereformeerde ouderlingen van Antwerpen haar boven de augsburgsche confessie stelden. Professor Kleijn leidt hieruit af, dat men nog in 1566 slechts deze twee als officieele belijdenisschriften kende. Mij komt een ander oordeel aannemelijker voor. Gedachtig aan de spreuk „Van twee kwaden moet men het beste kiezen", hebben de antwerpsche ouderlingen aan de gereformeerde fransche belijdenis boven do luthersche augsburgsche confessie de voorkeur gegeven. Moest hun belijdenis, die van de Brés, worden losgelaten, dan zou het aanvaarden der fransche belijdenis het uitzicht openen op hulp van do zijde der fransche Hugenooten De Hames' raad werd

echter niet gevolgd. Maar nergens blijkt, dat do zuid-

ia

Sluiten