Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meesterlijke brochuro van Dr. A. Kuyper, Revisie der revisie-legende 32).

Daar vindt ge vooreerst de stelling: „De confessie der kerk moet gewijzigd worden bij wijziging harer overtuiging" 33). Onschendbaar de substantie. Docli geen crystallisatie der belijdenis en geen afsnijding der ontwikkeling. Tal vau voorbeelden ter toelichting. „Door dien vrijen geest werd deels ook ons kerkelijk organisme bezield, toen het reeds in 1565 in de Synode de la Yigne bepaalde, dat men op elke Synode „ait a faire lecture de la confessiou de foy, pour adviser s' il n' y a rien a changer ou a amender"".

„Toen het reeds in 1565". Die uitdrukking doet een voortgaan in dezelfde richting verwachten.

Daarentegen schrijft dr. Kuyper later in zijn vlugschrift, als hij de bepaling der antwerpsche synode van 10 Juni 1565 letterlijk aanhaalt:

„Reeds Hooyer teekende hierbij zeer terecht aan, dat op geen enkele Hollandsche Synode ooit dergelijk besluit is genomen. Hij had er kunnen bijvoegen, „noch op eenige andere Waalsche"; en sterker nog, dat de niel-ovetaemmg van deze zonderlinge bepaling in de latere kerkorden zeer duidelijk toont, dat al spoedig de onhoudbaarheid van zulk een bepaling werd ingezien.

Zulk een bepaling toch, hoe begrijpelijk en verstaanbaar ook vóór 1566, toen de Confessie nog niet onder Junius' en Saravia 's auspiciën vastgesteld was, droeg een te onvast, te twijfelzuchtig en revolutionair karakter, om als duurzame uitdrukking te kunnen gelden van het Gereformeerde kerkrecht.

Deze bepaling is buitendien niet in een „nationale", maar in een kleine, ongeregelde Synode vau eenige

Sluiten