Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soonen, opentlick doen verbranden Ende in October

daer naer heeft hy van ghelijcken te Valedolijt in zyn eygen ende 'tgheheele Hoffghesins jegenwordicheyt een groote menichte doen verbranden" l). Auto-da-fé, geloofsdaad, heette het verbranden van hen, door wie Christus alleen als Zaligmaker aangeroepen werd. Deze gruweldaad kenmerkt 's konings gansche leven. Zijn ziedende dweepzucht zou hem de Nederlanden ter helfte doen ontvolken, en ter helfte doen verliezen.

Na den vrede met Frankrijk (1559) zette Filips zich tot de volvoering van zijn geliefkoosd levensplan, „den grond en wortel van de pest der hervorming uit te roeien". Dat was immers de geheime afspraak met den franschen koning, aan Willem van Oranje door een werk der goddelijke Voorzienigheid ontdekt. Daartoe ook stelde Filips zijn zuster Margaretha, hertogin van Parma, tot landvoogdes over de Nederlanden. De keizersdochter gevoelde meer afkeer van ketters dan van elk ander slag van misdadigers. Zy zag met eerbied op tot haar vaders bloedplakkaten, als waren zy byzondere ingevingen des hemels. Een geknipt beulenwerktuig, deze vorstinne.

Terstond na 's konings aankomst in Spanje werden de plakkaten vernieuwd en verscherpt. In weerwil der aloude privilegiën, door zijn majesteit met eede bekrachtigd, bleef het spaansche leger voor onbepaalden tijd in de Nederlanden. Ook werden veertien nieuwe bisdommen aan de vier tot dusver bestaanden toegevoegd. Tegenstand, ook van vorige bisschoppen en lagere geestelijkheid, baatte niet. In het gevolg der bisschoppen kwamen dertig nieuwe inquisiteurs2).

J) Bor, a. w., dl. I, fol. 16.

2) Zie over dit onderwerp het hoogst belangrijke werk van 1. M. J. Hoog, De martelaren der hervorming in Nederland tot 1566, Schiedam 1885 diss.

Sluiten