Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De leidende persoonlijkheden van den rijksdag te Augsburg in 1566 waren welwillend of vijandig jegens Frederik III gezind, naar gelang van hun verschillend godsdienstig standpunt. Keizer Maximiliaan II (lr>64 76) gold den Protestanten als stille geloofsgenoot, in Rome als afvallige. Doch als Lutheraan haatte hij de calvinistische „secte". Als keizer vreesde hij bovendien den „spiritus seditiosus", den oproerigen geest van het Calvinisme. Zoo beliefde deze Nicodemiet J) de gereformeerde stelling te noemen, dat menschen het ïecht hebben, „hun christelijke vrijheid en hun goddelijk gewetensrecht zelfs tegenover hun overheid niet slechts lijdelijk, maar ook met de wapenen in de hand te verdedigen". Bovendien begeerde de keizer zeer de ondersteuning der pauselijke partij tot den lurkenkiijg, en vreesde den geweldigen invloed van den pauselijken nuntius Commendon. De roomsche partij legde het hardnekkig toe op den ondergang van haar meest principiëelen tegenstander. Zoodoende volgde Maximiliaan te Augsburg een papistische politiek. De evangelische vorsten doorzagen geenszins, dat naar roomsche taktiek Frederik's val het vóórspel zou zijn van hun eigen verderf. Zij lieten den keurvorst eerst tamelijk welaan zijn lot over. De hoogbejaarde landgraaf Filips van Hessen stemde in godsdienstig opzicht het meest met Frederik overeen. De machtige keurvorst August van Saksen wilde zijn collega geenszins aan Rome opofferen. Daarentegen was Frederik's schoonzoon, hertog Johan Frederik de Middelste van Saksen, uit ultra-lutherschen haat tegen het „Zwinglianisme" bereid, zijn vromen schoonvader mee te helpen berooven. Frederik's nabuur en voormalige vriend, de voortreffelijke hertog Christoffel

!) Nicodemus kwam „des nachts" tot Jezus (Joh. 3 : 2), zeker wel „om de vreeze der Joden". In de eeuw der hervorming heetten zich schuilhoudende geloovigen Micodemieten.

Sluiten