Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Roomschen Keizer en Koning en het H. Rijk

zouden deelen"1)-

Terwijl aan de rijksonderdanen, die in de bourgondische landen vertoefden, werd beloofd, dat zij in de bescherming en vrijheden der Nederlanders zouden deelen2).

Karel's politiek was doorzichtig. H« heeft met een „looze streek zijne voorouderlijke erflanden voot een geringe belastinge geheel en al der magt, gezag en rechtspleging van 't Duitsche rijk onttrokken, en van 't rijk vrijgemaakt, dat is aan hem alleen onderdanig gemaakt"3).

Vandaar dat het tractaat van 1548 ten onzent onpopulair bleef, en men tot de rijkslasten slechts zelden en spaarzaam bijdroeg. Totdat ten laatste zelfs de scheiding tusschen Nederland en Duitschland, die feitelijk bestond, bij den vrede van Munster in 1648 ook officieel erkend werd.

Doch anderzijds, in tijden van nood en druk, hielden de Nederlanders zeiven de verhouding tot Duitschland in stand, door zich op de overeenkomst van 1548 te beroepen. Het jaar 1566 gaf ons daarvan een leerrijk

voorbeeld te zien.

De bede om hulp, in Vertoog en Smeekbrief vervat, grondde zich op den alouden band aan Duitschland, waarvan het Bondsverdrag slechts een staatsrechtelijke uiting was. Ze had wel geen rechtstreekschen uitslag. De tijden waren te verward. Maar ze miste haar ge-

1) Hinfuhro zue ewigen Zeiten in der R. Kayser, Khoenig, und des H. Reichs Schutz, Schirm, Verthedigung und Hilff sein". (Duitsch

archief te Brussel). , _ ,. ,

2) Des hay. Reichs Verwanten, so in bemelte Unsere Erblande

khommen wandern, oder Ire gueter dann haben, in derselben Schutz, Schirm und Freyhaiten begriffen sein". (D. archief te Brussel).

3) Kluit, Over 't recht om Philips af te zweren, blz. 20.

Sluiten