Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de Mei-synode van 1566 te Antwerpen zullen derhalve tegenwoordig geweest zijn Junius en Marnix, Saravia en Moded, Sylvanus en Carpentarius, Balk, Niël en Mermier, acht predikanten van beide kerken ter plaatse. Nevens hen evenveel ouderlingen van Antwerpen. Tien predikanten van elders kunnen zitting gehad hebben. Wellicht kwamen ook tien of meer kerkeraadsleden van buiten af. Een vergadering van veertig ii vijftig personen kwam in een of andere ruime woning van Antwerpen, denkelijk ten huize van Marcus Perez, waarschijnlijk voor meer dan één dag in het diepste geheim bijeen.

Gewoonlijk stelt men het voor, alsof Franciscus Junius in de Mei-svnode van 1566 het hoofd en de ziel, de leidende geest die zijn stempel op de vergadering drukte, de hoofdpersoon zal geweest zijn. De revisie der geloofsbelijdenis heet bijkans de Junius-revisie.

Een legende, niets meer. Zij steunt, behalve op het feit van Junius' uitstekende bekwaamheid en erkenden invloed, op de kwalijk begrepen omstandigheid, dat aan Junius, als aan één der jongste dus minste leden der vergadering — hij was destijds 21 jaar oud — do werkzaamheid van schrijver, secretaris, is opgedragen geweest. Juniores ad labores, Den jongeren komt het werk toe. Als zoodanig sprak het van zelf dat hij, die bovendien pas een jaar geleden uit Genève te Antwerpen aankwam, de correspondentie met de broederen aldaar voerde. En bewijst de toevallige omstandigheid, dat uitsluitend Junius de Mei-synode vermeldt, wel iets vóór of tegen den invloed, dien hij ter vergadering oefende?

De edele Philips van Marnix heer van St. Aldegonde, die nog pas betreffende den rijksdag te Augsburg jegens de nederlandsche kerken zich zoo buitengewoon verdiensteljjk had gemaakt, kan en zal Junius wel overschaduwd hebben. Hem kwam de eerezetel der synode toe. Saravia was Junius' evenknie in geleerdheid, Moded

Sluiten