Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het „jaer van wonder" daarentegen stond^de kans op een grondige herziening der confessie allergunstigst. Het overleveren der belijdenis op den rijksdag te Augsburg had nog pas de hooge beteekenis der confessie sterk doen uitkomen. Vlak daarna wezen de gebeurtenissen in het vaderland er heen, dat men weldra met de belijdenis in de hand publiek zou moeten optreden. De inhoud der belijdenis kon nu nog gevoegelijk vooraf worden herzien. Sinds lang had men, met betrekkelijk zoo weinig gevaar, zulk een groot aantal beroemde en bekwame kerkleeraren niet kunnen bijeenroepen. Inderdaad, de Mei-synode te Antwerpen van 1566 verdient om haar leden en om haar arbeid een eereplaats onder haar zusteren.

Haar agenda kennen we niet. Ons punt in quaestie vermeldt Junius zoo kort als 't kan. „Te dezer tijd heb ik de belijdenis des geloofs der Belgische Kerken, nadat zij volgens het gevoelen der Synode, die in het begin van Mei gehouden is, was herzien, naar de broederen te Genève gezonden".

Niettemin kunnen we ons een vrij volledige voorstelling vormen van de taak der synode, en van de wijze waarop zij zich van haar taak kweet. Niet met behulp van Thysius of van Baltazar Bekker, maar door den dienst van het kostelijk werk van dr. van Toorenenbergen *).

1) Professor Anth. Thysius in zijn „Leere ende Order der Nederlansche.... Ghereformeerder korcken" drukt de beide nederlandsche uitgaven der confessie van 1562 en 1566 naast elkander af, biz. ovv. Doch zijn werk heb ik thans niet onder mijn bereik. — Een voor dien tijd loffelijke vergelijking van drie nederlandsche teksten gaf eenmaal de schrijver van .De betoverde weereld', de welbekende amsterdamsche predikant dr. Baltasar Bekker in zijn kwartijn „De leere der gereformeerde kerken van de vrye Nederlanden, begrepen in derselver geloofsbelydenisse: Van woord tot woord verklaard, en tot gebruik na eisch van saken toegepast, in 39 Predikatiën. Amst. 1696". Hij liet afdrukken den tekst van 1563, dien der nationale

Sluiten