Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Linde een historische inleiding van 4 bladzijden volgen. Daarna leest ge, op de keerzijde van een wit blad, de woorden: „Letterlijk herdrukt door Joh. Enschedé en Zonen. Haarlem. — MDCCCLXIV". Rechts rust nu uw oog op het titelblad der oude belijdenis, geheel naar ouden vorm herdrukt. „Belydenisse des gheloofs. Ghemaeckt met een ghemeyn accoort door de gheloouigbe, die in de Nederlanden ouer al verstroyt zijn, de welcke na de suyuerheit des Heylighen Euangeliums ons Heeren Jesu Christi begheeren te leuen. 1 Petriiij. Sijt altijts bereydt ter verantwoordinghe eenen yeghelicken die daer rekenschap begheert van der hope die in v is. Ghedruckt inden Jaar ons Heeren Jesu Christi: M. D. ende Lx ij". Op de keerzijde van het titelblad staat de vertaling gedrukt van het Sonnet, het vermaanlied tot rechtvaardigheid voor de rechters bestemd. De Sendtbrief aan den koning beslaat 14 bladzijden. „Do gheloouighe die daer in de Nederlanden zijn, welcke na der warachtigher reformacie des Euangeliums ons Heeren Jesu Christi begheeren te leuen, aen den onuerwinnelicken Koninck Philippus, haren ouersten Heere". De beide volgende bladzijden behelzen vijf bijbelteksten. „Sommighe plaetsen des Nieuwen Testarnents, door welcke alle Gheloouighe vermaent worden, belijdenisse haers gheloofs voor den inenschen te gheuen". Daarop volgt, fol. 10 — 30, de „Warachtige Christelicke. Belijdenisse. Inhoudende de eeuwighe salicheydt der zielen". Boven artikel één staat „Het eerste Artikel", boven de andere artikelen de nummering in latijnsche cijfers. Do kantteekening verwijst naar schriftuurplaatsen. Achttien bladzijden vermaning tot de overheid besluiten het boeksken. „Vermaninghe ende vertooch tot den Ouerheden, vanden Nederlanden, namelick, Ylaenderen, Brabandt, Hollandt, Zeelandt, Henegouwe, Artoys, Casteleyschap van Ryssele, ende andere omligghende Landtschappen".

Sluiten