Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nederlandsche uitgaven lieten het beteekenisvolle „in" weg. De synode herstelde de fout.

Hoe allernauwkeurigst de kerkvergadering te werk ging, blijkt uit artikel 12, handelende van de schepping aller dingen en met name der engelen. Daar heeft men in 1566 de weinig beteekenende woordjes „ook nu" ingelascht. „Dat Hij ze ook nu alle onderhoudt en regeert".

De synode nam weg, wat al te plastisch was. Artikel 34 belijdt: „Doch deze Doop is niet alleen nut zoo lang het water op ons is en dat wij het water ontvangen, maar ook al den tijd onzes levens". De platte bewijsgrond verviel: „Autrement il nous faudroit tousiours auoir la teste en 1'eau, Anders souden wy al tij ts moeten het hooft in den water hebben".

Artikel 37 „Van het laatste oordeel" belijdt, dat Christus zal wederkomen, „deze oude wereld in vuur en vlam stellende om die te zuiveren". Tot 1566 werd hier gelezen: „pour le consumer, om deselve te verteeren". Voorwaar, de herziening in 1566 betrof meer dan „enkel spreekwijzen".

Waar het noodig was, schroomde de synode niet, den tekst uit te breiden. Artikel 8 leert, Dat God eenig is in wezen, en nochtans in drie personen onderscheiden. De fransche tekst luidde kort: „Lequel est seul en essence et substance: mais trois en personnes, P. F. et St. E". De oude nederlandsche uitgaven stemden hiermede overeen: „Welck is eenich in wesene ende substantie, maer dry in persoonen". De synode breidde deze bepaling aldus uit: „Die een eenich wesen is, inderdaet ende waerheyt ende van eeuwicheyt onderscheyden in drie persoonen, elck hare besondere eygenschappen hebbende, namelic" [de Vader enz.].

Een ander voorbeeld van tekstuitbreiding levert artikel 9, thans den titel voerende: „Bewijsdes voorgaanden artikels van de drieheid der personen in éénen God". De geheele eerste zin is een toevoegsel van 1566. „Dit

Sluiten