Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles weten wij, zoo uit de getuigenissen der H. Schrifture, als uit hunne werkingen, en voornamelijk uit degenen, die wij in ons gevoelen". Een schoon voorbeeld van redelijk en geestelijk gebruiken der Schrift te midden van velerlei aanhalingen van dogmatische teksten, van verband leggen tusschen de getuigenissen van Gods Woord en de geestelijke ervaringen van Gods kinderen.

Kleinere toevoegingen bewijzen den ernst der revisie. In artikel 10 werd aan de zinsnede „gelijk ons deze getuigenissen leeren" toegevoegd „wanneer zij met elkander vergeleken worden". In artikel 12, waar sprake is van de duivelen, werd de uitdrukking „als moordenaars" aan de oude lezing toegedaan. „Naar al hun vermogen als moordenaars, comme brigans, loerende op de Kerk".

Dogmatisch is het meest van belang de toevoeging in artikel 14, hetwelk handelt „Van de schepping en val des menschen en zijn onvermogen tot het ware goed". Ter plaatse waar de leer van den vrijen wil verworpen is, voegde de synode tusschen het schriftbewijs de vraag in: „Car qui est ce qui se vantera de pouvoir faire ce qui'il veut"? Deze wijziging toont duidelijk aan, dat de gereformeerde kerk den vrijen wil niet bestreden heeft op grond van een wijsgeerig determinisme, maar van de schriftuurlijke leer der zonde. Voorts is het geheele besluit van artikel 14 in 1566 omgewerkt.

Heeft de synode van 1566 dus zeer beslist de confessie verbeterd en hier en daar uitgebreid, nog meer verdienen onze aandacht de tekstverkortingen. Zij heeft meer bekort dan uitgebreid. Het streven was kennelijk kortheid van uitdrukking, met behoud der waarheid van voorstelling.

Zoo bekortte men artikel 7, „Volkomenheid der H. Schrifture om alleen te zijn een regel des geloofs". De synode voegde aan de uitdrukking „dat de leer des Woords zeer volmaakt" is, de versterking toe: „en in alle manieren volkomen". Doch zij nam weg de onmiddellijk volgende

Sluiten