Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaardig. Gods alwerkzaamheid wordt allerminst geloochend. Maar ze is niet langer het een en al. Het werk en de schuld der boozen treden daarnevens in te helderder licht.

Professor van Toorenenbergen merkt hier ter plaatse op: „Bij de herziening van de Geloofsbelijdenis is de reactie duidelijk merkbaar van de beschouwing, die van de menschelijke vrijheid uitgaat bij de voorstelling van de betrekking tusschen God en de zonde. De toenmalige leeraars te Antwerpen (Carpentier, Junius en C. Niëll) dreven de predestinatie „met den aankleve van dien-' minder sterk dan de opstellers der Belijdenis; waarschijnlijk was de polemiek der Luthersgezinden bij hen niet zonder invloed gebleven. Maar vooral opmerkelijk is dat noch de Synode van 1581, noch ook die van 1618 — 19 is teruggekeerd tot de oorspronkelijke redactie van het 13e en 16e Artikel. Daaruit blijkt, dat de oude Gereformeerde Kerk niet reactionair was; dat zij niet met „de oudheid der letter" van hare belijdenisschriften heeft gedweept, en dat zij, strijdende tegen de Pelagiaansche leer van den „vrijen wil", niet geweigerd heeft te rekenen met de opvatting, die de keerzijde in het genoemde vraagstuk op den voorgrond stelt".

Artikel 26 handelt „Van de eenige voorbidding van Christus". De synode liet hier de woorden vervallen: [„Autrement nous n'y auons point d'entree] non plus que les espines ont enuers le feu. Nous eussions esté abismez a sa seule voix, comme il appert par Adam, qui s'en fuit de deuant le Seigneur tout tremblant: Et des Israelites au mont de Sina, qui demandoyent vn Mediateur de peur qu'ils ne mourussent tous & la voix du Seigneur. [Anders en hebben wy daer gheenen toeganck,] niet meer dan de doornen en hebben totten vyere. Wy hadden door zijnder stemmen alleen versoncken gheworden, ghelijck als by Adam blijckt, die voor den Heere vloot al beuende: ende bij den Israe-

Sluiten