Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

king des doops heeft de luthersche kerkleer ook na 1561 —'66, het tijdperk waarover we handelen, volhard. Een voorbeeld daarvan leveren de „christelijke visitatieartikelen" van het jaar 1592. Deze leerformuleering van 5 bladzijden slechts is een pijnlijke herinnering aan den triomf der ultra-lutherschen over de Philippisten, de calvinistisch gezinden, in Keur Saksen. Zij verwerpt de „valsche en dwalende leer der Calvinisten", vooral betrekkelijk de praedestinatie, op het allernadrukkelijkst. In het derde artikel, Van den heiligen doop, leest ge:

„2. Door den doop, als het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes, maakt God ons zalig, en werkt in ons zulke gerechtigheid en reiniging van zonden, dat, wie in zoodanig verbond en vertrouwen tot aan het einde volhardt, niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft" ').

Voor niet vergeetachtige hoorders der catechismusprediking gaat hier een treffend licht op over de vragen 72 en 73 van den heidel berger. „Is dan het uiterlijk waterbad de afwassching der zonden zelve? Waarom noemt dan de Heilige Geest den Doop het bad der wedergeboorte en de afwassching der zonden"?

Nog heden ten dage overschat de luthersche kerkleer de beteekenis van den doop in betrekking tot de erfzonde. Een bekend en betrouwbaar leerboek voor studeerenden is „De herleefde Hutterus [een luthersch ijveraar der 17de eeuw] of dogmatiek der evangelisch luthersche kerk. In § 122, „Doop", wordt verklaard: „Doel en uitwerking [van den Doop]: a. De eerste, een inwendige, is dc aanbrenging der genade en de verzegeling van het

1) a. a. O. Christliche Visitations-Artikel. Anno 1592. Der dritte Artikel. Von der heiligen Taufe. S. 610. „2 Durch die Taufe, als das Bad der Wiedergeburt und Erneuerung des Heiligen Geistes, machet uns Gott selig, und wirket in uns solelie Gereehtigkeit und Reinigung von Suilden, das, wer in solchem Dunde und Vertrauen bis an das Ende beliarret, nicht verloren wird, sondern das ewige Lebeu hat".

Sluiten