Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sie, vóór of na de herziening, in één band met haar beide reisgenooten op den tocht naar Augsburg, te Antwerpen in 1566 het licht zag').

De synode te Antwerpen van 1566 bezorgde dus een officieelen franschen tekst van de herziene confessie, dien van Crispin. Bezorgde zij ook een officieelen nederlandschen tekst?

Hij was minstens even onmisbaar als de fransche. Allerwege bestond de kerk immers uit gemeenten van tweeërlei spraak, zoo waalsch als vlaamsch. En reeds had de kerk haar zwaartepunt uit het zuiden naar het noorden, naar Antwerpen, naar het nederlandsch sprekend volksdeel verlegd.

Reeds wijlen professor Fruin stelde het bestaan van een hollandsche uitgaaf van 1566 vast2). Hij had in den catalogus van Hulthem 3) een exemplaar beschreven gevonden. Ook hield hij zich verzekerd, dat de tekst dezelfde is, dien de geschiedschrijver Bor in zijn Historiën 4) op het jaar 1566 heeft afgedrukt. Want de titels komen overeen.

Doch professor Fruin zag zich voor een onoplosbare zwarigheid geplaatst. De tekst van Bor komt grootendeels met de vroegere nederlandsche en fransche uitgaven

1) Ned. Spectator 1864, n". 50, in zijn beoordeeling van dr. A. v. d. Linde's uitgaaf der ned. geloofsbelijdenis van 1562, blz. 394 v.

2) t. a. p.

3) n». 26451.

4) fol. 31—36. Bor resumeert de opdracht aan den koning en het vertoog aan de overheden. In den aanhef van artikel 12 heeft hij meer dan een vollen regel bij vergissing laten wegvallen. „Wy geloven dat dese eenige God na zijn welghevallen, uyt niet gheschapen heeft den Hemel, de Aerde, ende alle Creatueren [weggevallen is: door zijn woort (dat is, door synen Sone,) en geeft elcke creatuere] haer wesen."

Sluiten