Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertaling van den herzienen franschen tekst is, dan hebben wij hier te doen met een allerbelangrijkste hollandsche uitgaaf. Ongelukkig bestaat er geen enkel exemplaar meer van.

Dat de oude hollandsche tekst der belijdenis van vóór 1566 nog lang in eere en in gebruik bleef, bewijzen ook de martelaarsboeken. Zelfs de 17de eeuwsche uitgaven dier boeken drukken nog den oudsten hollandschen tekst der confessie af, en niet den verbeterden tekst van 1566 '). Zoo mist men in artikel 1 „en een zeer overvloedige fontein aller goeden", en in artikel 9 het voorvoegsel. Artikel 15 verklaart nog kort: „en [de erfzonde] wordt ook door den doop niet weggenomen". En artikel 16 over de verkiezing komt nog voor in de langere editie.

Doch genoeg. Een aandoenlijke, hoogst verplichtende erfenis valt ons, gereformeerde zonen der kerkhervorming, uit het jaer van wonder 1566 ten deel. De belijdenis des geloofs der gereformeerde kerken van ons land. Eerst handhaafden de geesteskinderen van Calvijn hun eigen beginsel. De smekelingen op den rijksdag te Augsburg, met onze confessie in de hand. Daarna herzagen de verdrukten hun geloofsleus, gereed haar met hun bloed te bezegelen. De beschreven vaderen op de synode van Antwerpen. Hun daden stempelen hen tot helden des Geestes, tot fundamentleggers onzer hervormde kerk. Wie onzer zou den tol zijner dankbare hulde hun kunnen onthouden 2) ?

Friezenveen, Februari 1906. F. J. Los.

1) Zie bv. Historiën dor Vromer Martelaren.... tot 1655.... door I. S. Amsterdam wed. van Tlieunis Jacobs/.. 1657, fol. 315—321. En

Historie der Martelaren. door J. G. O., tweede druk, Dordrecht,

Jaeob Uraat 1659, Col. 364—372.

2) Met goedvinden van mijn beoordeelaren wordt over de verkorte geloofsbelijdenis van 1566, de Corte Belydingbe des GelooCs, en zooveel meer dat tot het jaar 1566 gerekend moet worden, in een volgend hooCdstuk gehandeld. Dit capittel verlangde naar zijn eind.

Sluiten