Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 't Nederlant ende bysonder in dese stadt N. de waerachtige Leere des Euangeliums aenhanghen. Ende nu ter tijdt van deghenen die men Geestelyck noemt, (die de waerheyt haten en geerne souden verduistere) t'onrecht voor ketters ende oproermakers worden gelastert ende vervolcht. Tot waerschouwinghe der overichheyt, onderwys der onwetender ende bescherminghe der oprechter Christelycker Leere. Ghedruct met Gratie ende Privilegie des Alderhoochsten. anno 1566".

De bekende le Long meent, dat het boeksken binnen Embden gedrukt is, blijkens een houtsnee plaatje, voorstellende een lelie onder de doornen, waar omheen ge leest: „Gelijk een lelie onder de doornen, zoo is mijn vriendin onder de dochteren. Cant. [= Hoogl.] 2''. Ook gist hij, dat de woorden „in dese stadt N" op Antwerpen zinspelen. Inderdaad werd de Corte Belydinghe vooral in de Scheldestad zeer verspreid. Diercxsens') zegt: „Reeds hadden de Calvinisten te Antwerpen hun geloofsbelijdenis in het nederduitsch uitgegeven onder den titel Corte belijdenis des geloofs". Zijn bericht past volkomen op ons geschrift.

De Core Belydinghe was inderdaad zeer kort, slechts één vel in druk. Ze werd niet, als de confessie van de Brés, de officieele geloofsleus eener kerk. De inquisitie heeft haar vurig achtervolgd, alle exemplaren die ze machtig werd ten vure doemende. Geen wonder, dat ze langen tijd door hooge zeldzaamheid zoo goed als onbekend was. Eerst na tweehonderd jaar gaf le Long een herdruk 2). Uit onze dagen staan ons twee herdrukken ten dienste. De verdienstelijke geschiedvorscher wijlen

1) Antwerpia Christo nascens et crescens, tom. II part. II pap. r>.r>8. Calvinistae Antverpienses jam ediderant confessionem suam teutonice sub titulo brevis fulei confessio.

'2) Kort historisch verhaal, Tweede Bylaage, blz. 189—198. Le Long heeft dus een oorspronkelijke uitgaaf in bezit gehad.

Sluiten