Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8 Juli zet men 600 gulden, met de klok, op het lijf der predikanten. 30 September leggen de predikanten in handen van burgemeesters den eed van onderdanigheid af, en nemen dezen hen, met handtasting, in der stede beschutting en bescherming.

Tot dusver had de zaak der Gereformeerden te Amsterdam een voorspoedig verloop gehad. Jammer, dat de jaloerschheid van mede-protestanten veel goeds verdierf.

In de Amstelstad bevonden zich destijds talrijke „Oosterlingen", bewoners van Duitschland of de Noorsche rijken. Ze waren te Amsterdam gehuwd, of lagen er ter koopmanschap, waarom ze wel „leggers" genoemd werden. Bijna allen waren van de Luthersche gezindte. Met leede oogen zagen zij de wassende vrijheid van godsdienstoefening der Gereformeerden. De komende avondmaalsviering in de Minnebroederskerk was hun een doorn in het oog. Zij strooiden het praatje uit: Dat de Calvinisten in het stuk van het Avondmaal leerden tegen de belijdenis van Augsburg, die in Duitschland door zoo veel vorsten was aangenomen. Indien men nu de Calvinistische dwaling aannam, zou het land in grooten nood vervallen. Maar de augsburgsche belijdenis aannemende, had men hulp van duitsche vorsten te wachten.

Het gerucht, de broedertwist, behaagde de roomsche stadsregeering niet weinig. Ook verzochten de Oosterlingen weldra om de Sint Olofskapel.

Wat stond Amsterdam's Gereformeerden nu te doen? In de avondsmaalsleer, hot strijdpunt dier dagen, weken zij kennelijk van de luthersche kerk af. Ja de gansche gereformeerde leer was op den rijksdag van 1566, in den persoon van Frederik III keurvorst van de Palts, ternauwernood aan een openbare veroordeeling door het luthersche Duitschland ontkomen. En was niet het uitzicht op duitsche hulp een zware verzoeking?

Reael verhaalt als volgt. Gerucht en verzoek der

Sluiten