Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer belangrijke dagen. De notulen ontbreken, van 16 April 1566 tot 8 September '70.

De belgische kerk zelve beleefde toen zeer bijzondere lotgevallen. Zij bevond zich toen grootendeels in den vreemde, in ballingschap op duitschen bodem. En hertog Alva woedde onder de achtergeblevenen, hij de beul met het door den paus gewijde zwaard.

Zoo waren dan kerkelijk Noord- en Zuid-Nederland tijdelijk één, plaatselijk vereenigd in het land der ballingschap. En de nood drong om zich te beraden. Tweemaal kwam op duitschen grond een nederlandsche kerkvergadering saam.

De eerste synode onder het kruis is die te Wezel van 3 November 1568. Onder de onderteekenaren van haar notulen komen heel wat bekende belgische figuren voor. Ik denk aan de drie eerste teekenaren, Petrus Dathenus, Hermannus Moded en Cornelius Walraven predikant te Armentières. Voorts aan jonkheer Petrus de Rycke rechtsgeleerde te Gent, jonkheer Philips van Marnix heer van Sint Aldegonde, Hermannus van der Meere een voornaam ingezetene van Antwerpen, die 23 Augustus 1566 als gevolmachtigde der Hervormden met den prins handelde over de godsdienstoefeningen te Antwerpen.

De vergaderden stelden slechts voorloopige artikelen °P „praeparaten ' noemt Trigland ze — die ook voor België gezag zouden hebben. Ze zijn zeer gematigd.

Ten aanzien der nederlandsche geloofsbelijdenis bepaalde de synode van Wezel: „Daar na zal men hem [den beroepen dienaar des Woords] afvragen of hij in alles over een komt met die Leere, welke in de Kerke openbaarlyk wordt onderhouden, ende vervat is in de lielydenissc (welke eerst van de Kerkendienaren in Vrankryk aan den transchen Koning is overgelevert, ende daar na in het Nederduitsch overgezet zynde, aan den Koning van Hispanien, ende de andere Overheden van

Sluiten