is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

melden brief van Van den Corput van 25 Januari 1582. Zeker niet aan haren voorzitter Arnoldus Cornelii of Cornelissen, blijkens den brief van Van den Corput van 17 Maart 1582.

Vooreerst komt ter sprake een schrijven van Van den Corput aan Cornelissen, meldende dat hij aan Daniël de Dieu predikant te Brussel, Adriaan van Coninxloo predikant te Keulen tijdelijk te Brussel, en den Kerkeraad aldaar reeds drie- of viermaal geschreven had aangaande de overzetting onzer confessie, maar tot zijn verwondering gansch geen antwoord ontvangen had. „Ick wilde emmer dat wy een frangois exemplaer, soe het duytsche noch nyet gedrucket, tegen den Synode veerdich hadden" '). De brief dateert van 25 Januari 1582. Wilde Van den Corput toen ter tijde, wijl het nederlandsch exemplaar nog niet gedrukt was, tegen de synode van Maart 1582 de fransche verbeterde copie in afschrift in gereedheid hebben ? En waarom verwachtte hij de overzetting onzer confessie juist uit Brussel?

Een volgend schrijven dateert van 16 Maart 1582. Van den Corput schreef dezen brief uit Haarlem, waar 15 Maart en volgende dagen de bovenbedoelde provinciale synode gehouden werd2). Tot zijn vriend Cornelissen heet het daarin: „Aengaende de bekentenisse desgeloofs, nadien van Bruessel geen antwoirt coomt, sult ghy een goet werek doen die oversettende ende van stonden aen seyndende, ende, cont ghy, laet die by eenen anderen ende wat nettelick afschrijven, opdat wy [leden der synode] te eer daer mede veerdich sijn, opdat sy oyck prima facie [op het eerste gezicht] nyet sien dat het uw werek is; doet hier inne d'beste ende seynt mede de walsche copie". Het heeft al den schijn, alsof Brussel de door de synode van 1581 aangewezen kerk was om het ver-

1) Werken der M. V. serie III, dl. II, bh. 184.

2) t.a. p.,blz.l94. Vgl. vooral H.C.Rogge,Caspar Janszoon Coolhaes, 1,225.