Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hoogst gewichtige avondmaalswoorden : „Dit is mijn lichaam ', vatten de Lutherschen letterlijk op: Dit is mijn vleeschelijk lichaam. De Calvinisten verstaan het figuurlijk in den zin van: Dit beteekent mijn lichaam. Wie van beiden heeft den geest der waarheid, wie den geest des duivels?

Luther noemde den brief van Jacobus een strooien brief, en zegt in zijn verklaring op Gen. XXII: „Jacobus raaskalt" (delirat). Calvijn en zijn mededwalenden achten hem canoniek. Eén van beiden, óf Luther óf Calvijn, miste dus den Geest Gods. Of kan de Heilige Geest zich zelf tegenspreken ?

Meester Jan Calvijn belijdt oprecht '), dat de bepaling omtrent de bijbelboeken, door het concilie van Trente 2) gemaakt, overeenstemt met wat is vastgesteld op het derde concilie van Carthago (397). Ja hij schrijft8), dat ook Augustinus instemde met „dat oordeel der „rechtzinnige lccrk'\ Eenerzijds stemmen dus Trente en Carthago, Augustinus en Calvinus, samen in het aannemen der apocriefe bijbelboeken als canoniek. Daarentegen worden ze in het zesde dwaalartikel verworpen als apocrief. Rome en Calvijn staan aldus tegenover de belijdenis. Is dit niet een handige zet?

De tegenspraak in de belijdenissen van 1566 en 1619 (lees 1561 en 1566), die Roberti gedurig aanwijst, betreft het verschil in lezing, door de hem onbekende revisie van 1566 teweeg gebracht.

Een roomschgezinde kan zich niet voorstellen, dat het bijbelwoord gezag heeft, als de kerk het niet gezaghebbend uitlegt. Mag ieder dan maar zijn eigen uitlegger zijn? Vandaar dat Roberti reeds in zijn eerste uitwei-

1) In zijn Antidotum of tegengif tegen het concilie van Trente, op de vierde sessie.

2) De fel anti-protestantsche roomsehe kerkvergadering ten tijde deiHervorming. '

3) In zijn werk tegen Servet.

Sluiten