Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ding den geest (1'esprit) der predikanten bespreekt. Zij leeren, dat de geheele kerk kan dwalen, en metterdaad gedwaald heeft. Wel nu, welke waarschijnlijkheid heeft men dan om te gelooven, dat iedere predikant of gereformeerde een meer onfeilbaren geest bezit dan de gansche kerk? — Men moet niets gelooven, wat niet beschreven staat, zeggen de predikanten. Wel nu, het staat niet beschreven, dat de geest der predikanten onfeilbaar is. Dus moet men hen niet gelooven. — Waarom was de geest der predikanten te Dordrecht de Heilige Geest, die der arme Remonstranten een valsche geest?

Trouwens, de voornaamste predikanten zijn onderwezen geworden door helsche geesten. Zij getuigen het zelf. Luther heeft de heilige mis veroordeeld, daartoe verleid door den duivel, die een lang gesprek over dat onderwerp met hem gevoerd heeft ')• En Calvijn in zijn verklaring van Paulus' brief aan Titus zegt: „De duivel houdt ons niet alleen in dienstbaarheid, om ons tot alle kwaad te brengen; maar hij speelt ook met ons, als waren wij apen

Hoogst opmerkelijk is, wat Roberti aanmerkt ten aanzien van artikel XIV der belijdenis, „Van de schepping en den val des menschen en zijn onvermogen tot het ware goed". Het geheele artikel is in 1566 geducht omgewerkt. Als Roberti den predikanten dat „uitwisschen van een geloofsartikel" ter dege verweten heeft, legt hij den vinger bij de uitspraak: II n eslé tel, dit Dauid, quil ne luy restoit plus, quc d'est re Dieu: il a esté couronné de gloire, et d'honneur. Hy is sulcks gheweest seyt Dauid, dat hem niet meer en ghebrack dan God te syne: hy is met eeren ende heerlicheyt ghecroont gheweest.

1) Tom. 7 lib. de missa angulari. Begrijpelijk, dat Roberti ook dat andere woord van Luther betreffende de Lutheranen aanhaalt: »Z.j worden nu bezeten door zeven duivelen; maar zijn slechts door één duivel bezeten geweest, zoolang zij Papisten waren .

Sluiten