Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drukkelijk bepaalden, dat geen burger kon terechtstaan dan voor zijn natuurlijke rechters, zijn land- en stadgenooten. Uitsluitend dit college, niet eenige andere rechtbank, zou over de verleden troebelen, in al de Gewesten voorgevallen, vonnissen. Alva zelf was voorzitter in deze moordenaarsrechtbank. Zijn voornaamste medestander was een schaamtelooze verachtelijke booswicht, die zelfs onder zijn landslieden boven alle andere wreeden de wreedste geacht werd, de Spanjaard Don Juan de Vargas. Het ergerlijkste sujet van Nederlandsche zijde was Jacob Hessels, raadsheer van Gent, die gewoon was op zijn raadsstoel te sluimeren, en, wanneer hij tot het uitbrengen van zijn stem voor een doodvonnis gewekt werd, nog half door slaap beneveld placht uit te roepen : „Naar de galg, naar de galg"! Reeds had het inquisitiehof in Spanje, daarna de koning zelf bij openbare sententie, de gansche Nederlandsche natie op enkele uitzonderingen na, aan beleediging der koninklijke majesteit in den hoogsten graad schuldig verklaard. Dienovereenkomstig stelde de Bloedraad een lijst van achttien artikelen vast, wier schending de misdaad van gekwetste majesteit, (crimen laesae majestatis) geacht werd, en op verbeurte van lijf en goed te staan kwam. Deze punten strekten zoo wijd, dat er weinigen vrij van waren ').

Nu ging het op een indagen en vonnissen, op een vangen en hangen. Het voornaamste doel des konings

1) Vanwege de verregaande wreedheid die gepleegd werd, verzochten sommige leden van den Bloedraad hun ontslag. Anderen bleven van schaamte thuis. Zoodat de raad van twaalf, somtijds maar uit vier of drie leden bestond, blijkens de onderteekening der vonnissen. Sententiën en indagingen van den Hertog ran Alba, uitgesproken en geslagen in zijnen Bloedraad enz., uitgegeven door Jacob Marcus, Amst. 1735. — De gewone kettervervolging bleef inmiddels onverpoosd haar gang gaan. Weinige gevallen maakten zulk een diepen indruk als dat van vier pastoors, van de Lier bij Delft, Schagen, Yselmonde en Monster, die om hun overgang tot de Gereformeerde kerk, na driejarige gevangenisschap te 's Gravenhage in 1570 ontwijd en geworgd werden. Bor I, 225.

Sluiten