Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloeddorst op het sterkst geprikkeld, verloochende daarbij zijn aangeboren wreedheid niet. Gruwelijke folteringen gingen vaak aan het onthalzen of verbranden vooraf. Sommigen waren zóó helsch gepijnigd, dat zij niet meer staan konden. Men moest ze, in een stoel zittende, onthoofden. Tegen anderen verzon men, om hun vrijmoedige belijdenis des geloofs bij hun gang ten vure te voorkomen, een ijselijk gereedschap. Twee ijzeren plaatjes, waartusschen de tong geschroefd werd, verhitte men vooraan met een gloeiend ijzer zóó sterk, dat de tong zwellende overeind stond en niet meer ingehaald kon worden. Zoo wrongen zich de geketenden in de pijnen van den brand, en sloegen een hol geluid uit, als loeiende ossen.

Aldus werd het Spaansch bewind een waar schrikbewind. Zelfs de vervolgzieke magistraat van het goed roomsche Amsterdam werd te Brussel gedaagd en scherp ondervraagd. De angst dreef andermaal duizenden ovei de grenzen. Plakkaten noch maatregelen vermochten den stroom van vluchtelingen te stuiten. Alva zelf vervreemdde de roomsche of onroomsche landzaten van hun vorst, en dwong hen naar Oranje om hulp uit te zien. „O Spanjaard Spanjaard"! moet een beruchte monnik te Brugge ]) hebben uitgeroepen, „gij maakt ons nog allen geus . „O aanbiddelijk Godsbestuur"! zoo belijden wij dankbaar, „dien Gij verderven wilt, verblindt Gij eerst".

De edelste offers der Spaansche onmenschelijkheid waren de graven van Egmond en Hoorne, die 9 september 1567 gevangen genomen, en 5 Juni '68 op de markt te Brussel onthoofd werden2).

1) Cornelis Adriaense van Dordrecht, wiens persoon en sermoenen we

in het vorig hoofdstuk bespraken.

2) J. van Wesembeke, De bewijsinghe vande onscnult van... t'lnUps Baenreheere va(n) Montmore(n)cy, Grave van Hoorne, etc. tegens de bedriegelicke vanginge, ongoddelicke vonnissen, ende tyrannisehe executie te grooten ongelijcke, dadelijcken aen zijnen persoon ghedaen. donder

Sluiten