Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reizen, komt hij slechts twee of drie etmalen na de anderen thuis. Sinds onderhoudt hij verstandhouding met zijn Doorluchtigheid door heen en weergaan der heeren van Zweeten en Kalslaaghen. De geschiedschrijver van Meteren noemt wel zestig aanzienlijken in stad en land, met wie Prins Willem briefwisseling onderhield, ten einde te zijner tijd steden of sterkten te kunnen overrompelen Meester Jacob van Wesenbeke, eertijds pensionaris van Antwerpen, thans te Wezel woonachtig, was 's Prinsen secretaris en thesaurier, die uit landen en steden geheime geldcontributiën verzamelde2). In Holland en Utrecht

1) De brieven gingen in cijferschrift, onder schijn van koopmans schrijven, en bovendien nog vermomd. Door koper verstonden zij Holland, door staal Gelderland, door tin Overijssel. Enkhuizen heette Triton, Alkmaar Pluto, Amsterdam Saturnus, Delft Apollo. Den prins van Oranje noemden zij Marten Willeinsz., den hertog van Alva Pouwels van Alblas, de koningin van Engeland Hendrik Filipsz., jonkheer Diederik Sonoy Daniël van Santen of Nathanaël van Calcar. De twaalf teekenen des hemels, als Aries, Taurus enz. gebruikten zij in plaats van de twaalf maanden. De zooveelste dag was de zooveelste graad. Bor I 223, Hooft 210. Een heele lijst van verbloemde namen van vorsten en steden, welke de Watergeuzen in hun briefwisseling gebruikten, vindt men in Wagenaar, VI 311.

2) Oranje's briefwisseling met Jacob van Wesenbeke en andere geheime agenten in de Nederlanden van 1570 tot '73 is voor het eerst volledig uitgegeven door J. F. van Someren in Oud-Holland, jaargang X en XI. De verwarring der familieleden W. in nieuwere geschriften is groot. De vader, Peter, wordt soms verwisseld met zijn gelijknamigen zoon, den schrijver eener Oratio de IValdensibus, 1585. Zijn zoon Mattheüs wordt soms Malthias genoemd. — Jacob, de oudere zoon, de stadspensionaris van Antwerpen, werd door Alva verbannen. Zijn misdaad: chargé davoir en secrète intelligence avec les députez ministres et eonsistoriauls tant calvinistes que martinistes et mal sentu de sa loy et de la messe. Zijn straf: Son Excellence hannyt ledict adjourné perpétuellement et confisque tous et quelconques des biens, 14 may 1568. Hij ging naar Dillenburg, Kleef en elders. Zijn Mémoires heeft Rahlenbeck uitgegeven (Bruxelles 1859). — Een andere zoon, Mattheüs, studeerde Ie Leuven, promoveerde te Jena tot doctor in de rechten (1558), en ging van Jena naar Wittenberg, wijl de nieuw-lutheranen liem als aanhanger van Melanchton in den ban deden, een sieraad zijner wetenschap. Vgl. A. Rauchbar, Oratio de vita M. IK, Witeberg 1586. Over zijn familieverhoudingen spreekt M. W. in de voorrede van zijn Pandecten-commentaar (ed. Amstelod. 1665), en in den aanhef

Sluiten