Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Ie gezanten van Alva protesteerden hiertegen, volhoudende dat de Koning rebellen naar zijn believen, zonder bemoeiing des Rijks, mocht straffen. De Roomsche vorsten stemden meest daarmede in. Niets zekers werd dienaangaande besloten. De vragers ontvingen enkel een welwillend antwoord.

Wat geen aanwijsbaar succes heeft, raakt licht in het vergeetboek. Het Smeekschrift van den Rijksdag te Spiers wordt weinig genoemd. Toch bleek het voor ons doel van groote waarde te zijn. Vooreerst, wijl het vergezeld ging van onze Nederlandsche belijdenis des geloofs. Tot tweemaal toe, in Augsburg (1566) eerst, in Spiers (1570) daarna, wam onze confessie aan Duitschlands talrijke vorstenschaar onder de oogen. Haar gezag klom met haar eer.

Ten andere werd in het Smeekschrift, ongetwijfeld met staatkundige bedoeling doch dat doet niets af, de saamooi ïgheid met de Lutherschen onomwonden uitgesproken. Van een enghartig confessioneel standpunt is nog geen sprake. Onze Gereformeerde voorouders jaagden geen secte, maai de kerk van Christus na. Zij noemden de uthersche kerk óók een Gereformeerde, dat is van de Koomsche dwalingen gezuiverde kerk. Indien een later geslacht benepenheid ooit voor beginselvastheid mocht gaan verslijten, zou het Smeekschrift van Spiers en zijn ruimhartigheid een probaat geneesmiddel kunnen zijn.

Iedere Nederlandsche provincie zou ook haar bijzondere ïemonstiantie naar haar eigen omstandigheden en privilegiën bij den Rijksdag van Spiers indienen. Zoo had Oranje geraden, en zoo is ook geschied. Slechts één provinciale remonstrantie, maai- dan ook een zeer uitnemende, die van Groningen, is ons bewaard gebleven *).

1) Reeds in de zestiende en zeventiende eeuw was de Groningsehe remonstrantie Khier geheel onbekend. Ze verscheen 1573 in druk, onder den

fULn n ' Zr/T LXX ^ vor *'»'• M«J- Chur- und fut sten. liet kleine boekje leert, beter dan eenig geschrift, den inwendige.!

Sluiten