Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of dwalen niet zij, maar wij ? Onderstellen de conventsleden een historisch feit als bekend, dat ons helaas geheel onbekend is geworden? Want hoe omstandig drukken zij zich uit, als personen die geheel zeker van hun zaak zijn. Is metterdaad de Nederlandsche belijdenis des geloofs door de Fransche predikanten op een ons onbekenden datum aan Frankrijks koning aangeboden? Indien ja, dan heeft het convent van Wezel zich gansch juist uitgedrukt. Dan vervalt de zoo even vermelde herinnering aan iets geheel anders, de overhandiging der Fransche belijdenis door den admiraal Chatillon.

De uitlegging der conventsbepaling, door Ypey en Dermout geboden, is kennelijk onjuist. Zij onderstellen, dat de onverklaarbare (foutieve ?) woorden die wij bespreken, in den tekst zijn ingeslopen door een onbekwaam persoon, die de Acta der synode uit het Latijn in het Nederlandsch vertaalde. Op zich zelf is dit weinig waarschijnlijk. En wat alles afdoet, de historische „fout" komt ook reeds in den Latijnschen tekst voor.

Metf een beroep op de notulen der synode verklaart de grondige geschiedvorscher le Long1): „Vervolgens is dezelve [de belijdenis van de Brés] door de Kerkendienaars in Vrankrijk aan den Koning van Yrankrijk overgelevert; ten voordeele van zijne Gereformeerde onderdaanen, die zich binnen deszelfs Koninkrijk bevonden; om aan te toonen, dat haare Leere met die in de Nederlanden volkomen overeenstemde; en waare het mogelijk, den Gereformeerden in Yrankrijk daardoor meede nog eenige verlichtinge van vervolgingen uit te werken". Hij vermeldt helaas niet, uit welke bron hij deze historische uitlegging put. Ik durf niet beslissen, en de confessiebepaling van het convent te Wezel niet, met beroep op le Long, van fouten vrij verklaren.

1) Kort historisch verhaal van den eersten oorsprong der Neiierl. Geref. Kerken onder 't kruys, blz 83.

Sluiten