Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn invloed op de Hollanders aangewend heeft, wordt door professor Fruin betwijfeld.

Aan het andere Keulsche verzoek heeft de Prins niet voldaan. Marnix als zijn afgevaardigde heeft de synode niet bezocht.

Gewoonlijk zorgde de gemeente van de plaats deisamenkomst voor de plaatselijke voorbereiding eener synode. De Emdensche gemeente was echter zeer verdeeld over de vraag der deelname aan de kerkvergadering. Toen den eersten October, den dag voor de opening der synode bepaald, de beide Paltzische afgevaardigden tot Emden's poorten ingingen, vonden zij „alle dingen so raw," dat zij schoon gasten zeiven de voorbereidende maatregelen moesten uitvoeren. Vandaar dat de bijeenkomst eerst op den middag van 4 October geopend werd '). Aan den morgen van dien dag schreef één der twee, Gaspar Van der Heyden, aan zijn mededienaren van Franckenthal:

„Hier syn verschenen ter merct (want 't is nv hier jaermerct) verscheyden personen wt Nederlandt, van Gendt, Andwerpen, Brussel, wt het Westquartier. Die van Wesel, Aken, Cuelen, Emmerick sijn een deel met, en een deel na ons comen" 2).

Ziedaar een bericht omtrent de synode, over welks beteekenis verschil rees. Van der Heyden spreekt van twee soorten personen. De laatstgenoemden, uit de Duitsche steden, zijn blijkbaar afgevaardigden, die hij verwacht had. De eerstgenoemden, uit Nederland, zijn personen die hij toevallig ontmoet. Zij zijn ter jaarmarkt

ilc dienaren te Heiilelberg, met verzoek om huil bede aan den Prins te ondersteunen.

1) Waarschijnlijk noch in de Groote kerk noch in de Gasthuiskerk, maar in een particulier huis, om te meer bedekt te blijven.

2) Zie den brief bij Dr. M. F', van Lennep, Gaspar Van der Heyden, Ainst. 1884, blz. 204 v.

Sluiten