Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschenen. „Dat men echter uit Gent, Antwerpen, Brussel niet te Einden kwam markten; dat bepaaldelijk kerkelijke peisonen dat niet deden, behoeft wel niet gezegd."

Aldus wijlen professor Fruin. Met bescheidenheid waag ik het, tegenover deze meening een andere te stellen. Van 1569 tot '74 had hertog Alva met koningin Elizabeth een vinnigen twist. Hij verbood alle in- en uitvoer van en naar Engeland. Onze levendige handel met dat rijk stond stil. Zouden ondernemende kooplieden geen uitweg gezocht hebben ? Van uit Nederland trok men ter jaarmai kt wel diep in Duitschland, naar Frankfort en Leipzig. Zou men zelfs in die twistperiode niet naar Emden, de meest gelegen plaats van waar men sluikhandel met Engeland kon drijven, zijn opgetrokken?

Dat kerkelijke personen niet gingen markten, behoeft niet gezegd. Dat zij in gezelschap reisden van bevriende marktbezoekers, ligt voor de hand.

„Van der Heyden schijnt te bedoelen, dat kerkelijke personen, die in ballingschap verstrooid leefden in de naburige steden, bij gelegenheid der jaarmarkt naar Emden waren gekomen en nu tot bijwoning der synodale vergaderingen konden genoodigd worden, of misschien reeds genoodigd waren".

Aldus vervolgt professor Fruin. Wijl de tijd, vereischt voor het afvaardigen - van einde Juli tot 1 October wel wat kort is, en uit geen kerkelijk of stedelijk archief eenig gedenkstuk dienaangaande voor den dag is gekomen, onderstelt zijn Hooggeleerde, dat geen gemachtigden van eenige Nederlandsche gemeente, wel uitgewekenen die min of meer toevallig te Emden waren, en dus in hun persoonlijke waardigheid, op de synode' verschenen zijn.

Later heeft de hoogleeraar zelf ontdekt, dat althans „de kerk van Antwerpen zich op de Synode door opzettelijk met dit doel afgevaardigde personen heeft laten vertegenwoordigen, en wel (blijkens de onderteekening

Sluiten