Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

digd en geldelijk uitgeput, ontsloeg zijn troepen in het Kleefsche, en begaf zich met een kleine maar getrouwe lijfwacht naar Holland, vast besloten aldaar het middelpunt der omwenteling te vestigen, er te overwinnen of zich een graf te zoeken ')•

De vreeselijke tijd der Spaansche weerwraak, der afrekening met het Noorden, was gekomen. Had Alva tot dusver personen gekastijd, nu zou hij geheele steden en Gewesten met scherpe geeselen slaan. De driedaagsche plundering en het bloedbad van Mechelen, de moord op groote schaal en brandstichting te Zutfen, het verraad te Naarden s) gepleegd waar het Godsgebouw zelf in een kuil der moordenaren veranderd werd, verlamden onze voorvaderen van schrik, of vervulden hen met den moed der wanhoop. Onderwierpen velesteden zich vrijwillig, anderen wijdden zich voor godsdienst en vrijheid ten doode. Haarlem3)

1) De Prins schreef: «Aanschouw hoe de boosheid der menschen Gods groote genade tracht tegen te werken. Hij doe alles uitloopen op de verheerlijking van Zijn heiligen naam. Ik ga naar Holland en Zeeland, zien wat Hem behaagt. Ik zal er de zaken staande houden, zoolang ik. kan; daar zoek ik mijn graf". Archives, III, p. 512, en IV, p. LV en 4. »pour inaintenir les affaires par de la tant que possible sera, ayant delibéré de faire illecq ma sepulture".

2) Lambertus Hortensius, Over de opkomst en den ondergang van Naarden, in de Werken v. h. Hist. Genootschap te Utrecht, N. serie 5.

3) Alva getuigde: adat men door geen oproerlingen ooit een stad zoo had zien verdedigen als deze, zelfs door hen niet, die ze voor hun wettigen vorst zochten te houden". De Prins schreef aan zijn broeder Lodewijk, dat de Haarlemmers een heldenmoed aan den dag legden, die de gewone deugd der menschen verre te boven ging. (Archives III, p. 73). En na de overgave: «Zoo het God Almachtig belieft heeft van der Stede van Haarlem na zijn goddelijken wil te disponeren, zullen wij Hem en zijn goddelijk Woord daarom verloochenen en verlaten ? is daarom de sterke hand Gods eenigzins verkort en zijn Kerk en Gemeente te niet gebragt? Gij schrijft ons dat men u zou laten weten of wij ook met eenigen grooten machtigen Potentaat in vasten verbond staan ; waarop wij niet laten willen u voor antwoord te geven dat, aleer wij ooit deze zaak en de beschermenis der Christenen en andere verdrukten in dezen lande aangevangen hebben, wij met den alleroppersten Potentaat der Potentaten alzulken vasten verbond hebben gemaakt dat wij geheel verzekerd zijn

Sluiten