Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lodewijk'), den strijd voor het eerst aanvallend te voeren. Maurits vermeesterde Zutfen, Deventer en Delfzijl, rukte van voor Groningen naar het fort Knodsenburg tegenover Nijmegen, dwong aldaar Parma tot den aftocht, en bemachtigde in weinige dagen Hulst en Nijmegen. Het voordeel was onberekenbaar, de zedelijke winst onbeschrijfelijk. In 1592 werden het sterke Steenwijk en Coevorden ingenomen. Het beleg van Geertruidenberg, om de verbazende werken der belegeraars het Romeinsche beleg genoemd, en de reductie van Groningen *), brachten den beiden stadhouders nieuwen roem.

Deze verrassende krijgsbedrijven werden te meer gewaardeerd, wijl het veelbelovend verbond van Frankrijk, Engeland en de Nederlanden tegen Spanje, in 1596 aangegaan, zoo spoedig uiteenviel. Het werd glansrijk ingewijd door het ruitergevecht bij Turnhout3). Maar bet werd reeds in 1598 opgelost door Frankrijks vredesluiting en door Elizabeth's dreiging hetzelfde te doen.

Ook zonder bondgenooten bleken de Vereenigde Nederlanden tegen Spanje niet machteloos. Tot bemachtiging van het roovershol Duinkerken werd de krijg zelfs naar Vlaanderen overgebracht. De ongedachte zege van Nieuwpoort, 1 Juli 1600, voerde den luister van Maurits' wapenfeiten ten top. Als overwinnaar van het paard gestegen, dankte hij God en riep uit: „o Heere! wat zijn wij, arme, zondige menschen, dat Gij ons heden, tot eer en glorie van Uw naam, zoodanig geluk mededeelt; U zij de roem en dank tot in eeuwigheid"!

Men zegt, dat op dien stond, bij 't dondren der bazuinen, twee groote schaduwen gezien zijn op de duinen,

1) Dr. L. H. Wagenaar, Het leren van graaf Willem Lodewijk, een rader des vaderlands, „Uz Heit", 15G0—1620. Amst.—Pretoria, 1904.

2) E. F. Piest Lorgion, Oeschiedkund. beschrijving der stad Groningen, Grou. 1852—57. Blok, Reitsma, Feith e. a.: Gedenkboek der reductie van Groningen in 1594, Gron. 1894.

3) J. E. Jansen, Turnhout in )iet verleden en het heden, 3 dln. 1905.

Sluiten