Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

berg herstelde echter door de gansche provincie den Roomschen eeredienst. 3 Juni 1567 ontving de stad bezetting, en werd door de predikanten en Evangelischen verlaten.

In 1576 werden de Spanjaarden door een omwenteling uit Groningen verdreven. De teruggekomen uitgewekenen lieten eerst heimelijk, in 1578 openlijk prediken. De verwarring, de verdeeldheid was grenzenloos. Alle pastoors lieten hun missen staan, en roemden op hun evangelische prediking. Maar geen hunner voegde zich naar de wijs der Gereformeerde kerk, namelijk om zich te laten examineeren en hun leven te beteren. De Evangelischen in de stad drongen wel tot voortgaande hervorming, maar zij misten een onversaagden leidsman en dus onbedwingbaren moed. En overheid en bevolking, vreezende dat de regeering der Algemeene Staten spoedig een eind zou nemen, weigerden om door partij kiezen voor de vrijheidszaak hun dierbare privilegiën in de waagschaal te stellen. Intusschen namen in Stad en Landen de Gereformeerden in getal en kerken zeer toe.

Doch na het verraad van den stadhouder Rennenberg veranderde alles weder van gedaante. Den 3de» Maart 1580 werden driehonderd Gereformeerde burgers uit hun huizen gehaald en opgesloten, de predikanten verdreven en het pausdom wederom opgericht. Velen kochten zich los, anderen ontvloden hun kerker, allen moesten de stad hunner vaderen verlaten. Men zag ook hier, hoe vreeselijk godsdiensttwisten zijn. De zoon was tegen den vader, een man tegen zijn vriend of gebuur. De Landen vereenigden zich met het Statenvolk, dat tot herovering naar Groningen trok. Alles tevergeefs. Nog was het Gods tijd niet. Eerst na veertien jaar keerden Evangelie en vrijheid weer in de „stad der groene weiden".

Koudekerk (Z. H.), Augustus 1909. F. J. Los.

3

Sluiten