Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoolmeester te Nijkerk, die weigerde voortaan Gereformeerd op te treden, metterdaad afgezet werd.

In de eerste zitting der synode kwam ook het Emdensche besluit ter tafel, om de Belijdenis der Fransche kerken te onderschrijven, „in vast vertrouwen dat de dienaren dier kerken wederkeerig de geloofsbelijdenis der Nederlandsche kerken tot betuiging der wederzijdsche eendracht zouden onderschrijven". Ook dit besluit was natuurlijk te Emden uitgevoerd. En Petrus Dathenusen Johannes Taffinus waren verkozen, om dit op de eerstvolgende synode van Frankrijk aan de Dienaren mede te deelen, en op de naaste bijeenkomst der Nederlandsche broederen antwoord in te brengen.

Taffin kon der Dordtsche synode mededeelen, dat hij hierover aan Beza geschreven doch geen antwoord ontvangen had '). De vergadering nam dus nu een afwachtende houding aan. De beide broeders-afgevaardigden, die in een Fransche synode de Emdensche onderteekening der Fransche belijdenis zouden gaan herhalen, moesten nog niet naar Frankrijk afreizen. Dit schijnt mij toe de rechte opvatting te zijn der aanteekening: „Derhaluen en sullen de broeders als noch de Belijdinghe der articulen van Vranckrijck niet onderschrijuen".

Ongetwijfeld heeft de bepaling, die voortaan als eerste besluit of artikel der Dordtsche synode zou geëerd worden, veel bijgedragen tot de algemeene bekendheid der Geloofsbelijdenis. „Wordt voor goet aenghesien dat in allen Consistorien ofte ten minsten in allen Classen eenecopie vande Confessie ende Articulis Synodi bewaert worde".

Het eerste punt dat de classis Walcheren aan het

1) De hoogleeraar te Genève had rechtstreeks met <)e Fransche kerk niets te maken. Doch nu het een daad van internationale geloofseenheid gold, eerde men Calvijn's opvolger als vader der kerk. Men zal ook wel naar Frankrijk zelf geschreven hebben. Rutgers 1H4, ook voor volgende bepaling.

Sluiten