Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met vaste hand uiterst keurig geschreven. Bewijsplaatsen uit de Heilige Schriftuur staan op den rand. Daarna volgen vier bladen met handteekeningen van Waalsche predikanten uit de jaren 1580 tot 1668. Vooraf gaat de verklaring, dat de synode van de Kerken der Waalsche taal in Nederland, 14 September 1580 te Antwerpen gehouden, de onderteekening van deze Confession heeft ingesteld „om aan het nageslacht gedachtenis te geven van de Geloofsbelijdenis die wij in onzen leeftijd hebben geteekend". Praeses en scriba teekenden het eerst, P. Lozeleur en Jan Taffin. De dragers van deze beroemde namen hebben waarschijnlijk de kleine tekstveranderingen aangebracht, waardoor 1580 zich zelfs boven 1566 onderscheidt 1).

1561 en '66 hebben in artikel 1 een Latijnsch Fransch. „Nous croyons tous de coeur et confessons de bouche, estre une seule et simple essence". 1580 geeft beter Fransch : y a une seule et simple essence". Zij eindigen met „lequel est tout sage, iuste et bon". 1580 vervolgt: „et fontaine tresabondante de tous biens". Een toevoeging die in de Latijnsche en Nederduitsche redacties weldra werd opgenomen.

In artikel 2 blijft de lezing van 1566 onveranderd. „Nous le cognoissons en deux sortes". Ze werd nog niet wat ze zijn moest. „Wij kennen Hem door twee middelen, par deux moyens".

Artikel 9 neemt den aanhef van 1566 over. In artikel 10 ontbreekt de toevoeging van 1566: „wanneer zij met elkander vergeleken worden . Er staat enkel: „comme ces tesmoignages nous enseignent".

De merkwaardige artikelen 14 en 15 betreffende den

1) De acten dier synode vermelden wel de onderteekening, maar niet de herziening en teboekstelling der Confession. Zie ons llfst. VI, § 4, blz. 97. Uit den gang der gebeurtenissen, niet uit notulen, moeten wij eveneens afleiden, dat in opdracht eener vroegere Waalsche synode P. Lozeleur de Confession heeft herzien en opgeschreven. En dat hij waarschijnlijk volgens lastgeving een afschrift aan de Zwitsers toezond. Zie straks.

Sluiten