Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegelijk ouderlingen waren. In tuchtzaken werd de Kerk gerugsteund door den Staat. Misschien moet gezegd worden, dat Calvijn twee verschillende beginselen in zijn lendenen droeg. Eenerzijds het beginsel van twee souvereinen, Staat en Kerk onafhankelijk van elkander. Anderzijds het beginsel van een souverein. De Staat toezicht oefenende over de Kerk, op gevaar af dat de welwillende voogdijschap in overheersching overging').

Reeds had de Nederlandsche Gereformeerde Kerk langzamerhand meer het eerste dan het tweede beginsel van Calvijn tot het hare gemaakt. Maar ze bleef sterk onder de bekoring van het tweede. Ze zag gaarne vertegenwoordigers der overheid op haar breeder vergaderingen verschijnen, haar besluiten door den Staat bekiachtigd, en haar kettersche of onwillige dienaren mee door den sterken arm gestraft.

Thans moest voor het eerst de praktische oplossing der quaestie worden beproefd. De zaak Coolhaes waarover straks, die Leiden en geheel Holland ja de gansche Kerk beroerde, riep om afdoening. Zij stelde in een concreet geval de verhouding van Kerk en Staat aan de orde. Daarbenevens moest de gewone herziening der kerkenordening plaats hebben.

Jammer dat wij het verslag der debatten missen. De hooge vergadering besloot, uit de synodale acten van 1578 een corpus disciplinae of kerkenordening samen te stellen, om dit den Generale Staten ter goedkeuring aan te bieden. Men hoopte dan te eerder de politieke approbatie te erlangen, en de kerkenordening in de zaak Coolhaes beter te kunnen gebruiken. Zoodoende is de Middelburgsche kerkenordening van 1581 eigenlijk formeel

1) Zie mijn inleidend woord, uitgesproken op de jaarvergadering der Confessioneele Vereeniging te Utrecht 6 Juni 1906, opgenomen in Troffel en Zwaard. »De verhouding van Kerk en Staat volgens Luther, Zwingli en Calvijn, geschetst als toelichting van artikel 3(3 onzer belijdenis".

Sluiten