Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Twee uitspraken van Ds. Knipscheer betreffende dit artikel 37 vragen herziening. ')•

„Dat „zullen" heeft nog altijd betrekking op de toekomst, nl. wanneer de nieuwe belijdenis verschenen, opnieuw vertaald, gezuiverd, herzien en gedrukt zal zijn

Die opeenstapeling van woorden voor dezelfde zaak, „vertaald" enz., trouwens de gansche volzin bewijst, dat de geachte schrijver de beteekenis van iedere belijdenisherziening, van deze onbeduidende bijzonder, schromelijk overdrijft. De bewoording wijzigde zich, de inhoud der belijdenis bleef. En de onderhavige herziening, of liever tekstzuivering was zoo weinig beteekenisvol, dat zij als terloops aan één persoon en één classis, Danièl de Dieu en de classis Brabant, werd opgedragen. De daaraan voorafgaande „herziening" van de Fransche redactie onzer Confessie werd van nog minder gewicht geacht. Vandaar dat we haar in de acten noch van de Nederduitsche noch van de Waalsche Kerk vermeld vinden. En haar slechts met sterk vermoeden aan P. Lozeleur toekennen. De mannen van 1581 hebben dus om die letter-verbetering geen oogenblik de onderteekening uitgesteld of doen uitstellen.

„Opmerkelijk is het, hoe zeer liberale mannen in deze dagen hebben samengewerkt, om de onderteekening der Belijdenis algemeen te doen plaats hebben. Verwonderde dit ons reeds van P. Lozeleur, wij bedenken tevens welke bedoeling hij daarmede had, nl. in dit geval: om een gewaarmerkt afschrift naar de Zwitsers te zenden vooi hunne Harmonia Confessionum".

Een uitspraak, die een ander gezegde van Ds. Knip-

in het Archief vr. kerkel. gesch., IX (1838) 473-500, »De onderteekening der Formulieren door Iloogleeraren. .. sedert d. syn. v. Dordrecht, bijz.... te Leiden". Aldaar blz. 476 vrij oncritisch: «Dat ook de professoren deiGodgeleerdheid reeds vroeger de Formulieren van Eenigheid onderteekenden, kan uit de Handelingen der nationale Synoden van 1.V78, '81 en '86] blijken". Mijn onderzoek te Leiden leerde mij het tegendeel. 1) Ds. Knipscheer, 69 en 76.

Sluiten