Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dicanten ende den standt der Kercken onder die selve Classe sorterende, ende daer van op de naeste vergaderinghe rapport te doen".

Voor ons doel is artikel 47 hoofdzaak.

„47. De Dienaers des Woorts, Item die Professoren in de Theologie (twelck oock den anderen Professoren wel betaemt) sullen de Belijdenisse des Gheloofs der Nederlandtscher Kercken onderteeckenen: ende de Dienaers die sulcx sullen refuseren, sullen de facto van haren Dienst by den Kercken-Raet, ofte de Classe opgheschorst werden, ter tijdt toe sy haer daer inne gheheelicken verclaert sullen hebben: ende indien sy obstinatelijcken in weygheringhe blijven, sullen sy van hare Dienst gheheelicken afghestelt werden".

Wat Middelburg in 1581 aan vijf klassen van ambtsbekleders voorschrijft, aan predikanten ouderlingen en diakenen, theologische professoren en schoolmeesters, beveelt 'sGravenhage nu slechts aan tweeërlei functionarissen aan. Een beperking, die meer aan verslapping dan aan verscherping der leertucht doet denken. En wie de tweede helft van het artikel „vrij barsch" mocht vinden, overwege Hooyer's toelichting. De strafbepaling voor de van de leer afwijkenden kon niet achterblijven. Zelfs de Staten vonden haar niet te streng. Mannen als Coolhaes en Herberts, die de belijdenis openlijk in geschriften en van den kansel smaadden, verdienden haar ruimschoots. Juist op hen paste de Kerk haar uiterst gematigd toe.

Het volgend artikel is wat rekkelijker dan de Middelburgsche bepaling.

„Insghelijcx sullen oock de School-Meesters ghehouden zijn de Artijckelen als boven, ofte in de plaetse van dien den Christelijcken Catechismum te onderteeckenen".

In een kort Aanhangsel behelzende de kerkinspectie of visitatie voortaan door de Classes te houden, wordt voorop gesteld dat de inspectie „daar toe is dienende,

Sluiten