Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De algemeene acte van schuldbekentenis en verklaring houdt o. a. in, „dat hij de algemeene Belijdenis des geloofs vervat in 37 artikelen willig is te onderteekenen, mits dat in het zestiende artikel roerende de praedestinatie verstaan worde, dat God geen oorzaak is van de zonde ').

Tot dat „mits" geeft artikel zestien heel geen aanleiding. Ten overvloede verklaart artikel dertien „hoewel nochtans God noch auteur is, noch schuld heeft van de zonde". Er is óók een bevitten en verwerpen uit onkunde.

Volgens Bor maakte Herberts tegen die onderteekening zwarigheid, om den brief aan Filips II die aan de Belijdenis voorafging. Hij kon niet toestaan, dat aan dien koning een oordeel over dolingen in de leer zou gelaten worden. Een uitvlucht, meer niet. Dat oordeel werd den koning niet in dier voege gegeven, dat men zich aan zijn uitspraak onderwerpen zou, maar opdat hij, dien men onkundig hield, kennis van zaken zou nemen. De synode dreef haar rekkelijkheid zoo ver, dat zij ten gevalle van den wederstrevigen Herberts dien brief van de Belijdenis heeft afgescheurd. Herberts zou nu in de eerstvolgende classicale vergadering teekenen 2).

Caspar Coolhaes, op last der nationale synode van Middelburg door de provinciale synode van Haarlem uit zijn ambt ontzet, kwam op de Haagsche kerkvergadering eveneens ter sprake3). Zijn levensbeschrijver deelt mee, dat in 1583 en '84 velen te Leiden zijn restitutie

1) Van der Kemp, II 177—179.

2) „De synode was hierin even gematigd tegenover Herberts als tegenover Coolhaes, en stond hem de onderteekening onder dit voorbehoud toe" (Kogge). Ten dank bleef Herberts tot zijn dood in 1607 door zijn onrechtzinnigheid en ongehoorzaamheid aan de kerkelijke overheden de Kerk beroeren. Zie vooral van der Kemp.

3) Van der Kemp, II 162—169; dr. Rogge, II 64—71; prof. Rutgers, 559—562 en over het different 562—589. De synode van Haarlem bij Reitsma en van Veen, Acta, I 89—117.

Sluiten