Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de plicht tot haar onderteekening metterdaad erkend.

Men had toen nog geweten der kerkelijke dingen.

In het hertogdom Gelre en het graafschap Zutfen droeg men langer dan elders de lasten van den krijg. Geen wonder, dat er vrij laat de kerkelijke aangelegenheden op geregelden voet gebracht werden ').

In de eerste provinciale synode van Augustus 1579 te Arnhem werden de artikelen der nationale Dordtsche synode van 1578 voorgelezen. Alle aanwezige kerkedienaren bekenden ze voor recht en der Heilige Schrift gelijkvormig te zijn, en hebben ze vrijwillig onderschreven. Een ingewikkelde onderschrijving der Nederlandsche Belijdenis des geloofs, die het symbool der Dordtsche leer was.

Onderteekening der synodale acten omvatte wel degelijk ook de leer. Immers het streven naar leereenheid met Holland en Zeeland blijkt ook op de synode van Januari 1580 te Zutfen, en wordt openbaar in het onderschrijven der Dordtsche acten. De streng Gereformeerde Johannes Fontanus, Arnhem's kerkhervormer, was er tot praeses verkozen.

„1. In den ijersten is besloten aengaende het stuck der lehr und ceremonien, dat die articulen des nationalis sijnodi van Dordrecht in alle gemeint aengenoemen, in den prothocoll eines ijeglichen consistorii gestelt ende van allen dienaeren des woordes, ouderlingen und diaconen, die tegenwoordich in den dienst sijn ende in toecoemende tijden sullen gestelt worden, onderschreven sullen werden".

Behalve het „leggen" eener universiteit te Zutfen besloot men ook, „dat men allenthalven guede particulieren Reformierte schoeien aenstellen [sall]".

Schoon nog niet genoemd, stond de leer reeds vast. Hetmoet de Dordtsche leer zijn geweest. Wijl de Zutfensche

1) Acla IV, 1—94.

Sluiten