Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zegelbewaarder der provincie Holland, in naam dienuai, metterdaad leider der provinciale en generale statenvergaderingen, dreef met ongeloofelijk talent en wilskracht de gewestelijke autonomie en souvereiniteit. Aristocratie, onbeperkte regeering der stadsregenten, was zijn regeeringsvorm. Niet langer invloed der burgers op hun overheden. Dat dit regeerstelsel onmondigheid der burgerijen onderstelde en op onderdrukking uitliep, deed niets ter zake. Tegenstanders berustten morrende. Het huis van Oranje was jaren lang zijn edele roeping ontrouw, aan geen volksklas, provincie of stad toestaan zich van de regeermacht meester te maken ten koste der Generaliteit. Oldenbarnevelt en zijn partij genoten vrijheid voor zich alleen, en heerschten zonder controle of tegenwicht over de anderen ').

Verbetering ontstond eerst, toen er verergering kwam. Ook over Christus' kerk wenschte de Advocaat te gaan heerschen. Daartoe vond hij aanleiding in het feit, dat de Gereformeerde kerk destijds de heerschende Kerk in een Gereformeerden staat was. Professor Fruin zegt zeer terecht: „Kerk en Staat waren nauw verbonden". Maar verklaart minder juist: „de regeering had het opperbestuur over de Kerk". Want nooit heeft de Kerk dat opperbestuur erkend. Ook herinnere zich de lezer, dat prins Willem I de Kerk tegen de aanmatiging der Staten en hun kerkelijke wetten meermalen in bescherming

1) llugo de Groot, Verantwoording der wettelijke regeering van Holland, 1022, geeft van Remonstrantse!» standpunt de helderste voorstelling van het regeringsstelsel, waarnaar Holland van het vertrek van Leycester tot op de omwenteling van 1618 geregeerd is. Vgl. daartegenover A Kluit, Historie der Hollandsche staatsregeering tot aan 1795, geschied- en staatkundig onderzoek, Auist. 1802—05, 5 dln.; 111, 115. „Geen luistei rijker gedenkteeken van Oldenbarnevelt's bewind bestaat er dan de Verantwoording van De Groot". Maar „wat de nakomelingschap met recht aan Oldenbarnevelt en de zijnen verwijt, is... dat zij hun macht misbruikt hebben ter onderdrukking van een aanzienlijk deel des volks". De tachtigjarige oorlog. Historische opstellen door R. Fruin, 'sGrav. 1908 en '09; VI, 194.

Sluiten